Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 juni 2023;
- het bericht van de moeder aan de GI van 2 augustus 2023, dat de GI ter zitting heeft overgelegd.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een verzoek van de Jeugd- & Gezinsbeschermers (GI) tot wijziging van de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige, waarbij wordt verzocht de omgang geheel te beëindigen. De minderjarige is onder toezicht gesteld en woont bij de moeder, die het gezag heeft. Sinds september 2021 heeft geen omgang meer plaatsgevonden tussen vader en kind. De GI stelt dat het hervatten van omgang op dit moment niet in het belang is van het kind, dat kwetsbaar is door complexe medische, pedagogische en sociaal-emotionele problematiek.
De moeder onderschrijft het belang van omgang, maar heeft weinig vertrouwen in de vader en vreest voor de gevolgen zonder professionele begeleiding. De kinderrechter stelt vast dat de omstandigheden zijn gewijzigd sinds de vaststelling van de omgangsregeling in 2020 en dat het verzoek tot beëindiging van omgang kan worden beoordeeld.
Op grond van artikel 1:265g BW en de ontzeggingsgronden van artikel 1:377 BW Pro beoordeelt de rechter dat omgang op dit moment ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van het kind. De omgang zal daarom worden beëindigd, met de mogelijkheid voor de vader om na een jaar of bij gewijzigde omstandigheden opnieuw een verzoek in te dienen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en geldt ook na beëindiging van de ondertoezichtstelling.
Uitkomst: De omgang tussen de vader en de minderjarige wordt beëindigd vanwege het belang van het kind en de kwetsbare situatie.