ECLI:NL:RBNHO:2023:8497
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar last onder dwangsom wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft een last onder dwangsom opgelegd gekregen voor het verwijderen van een zonder vergunning gebouwde aanbouw. Hij diende zijn bezwaar ruim 11 weken te laat in, wat verweerder niet verschoonbaar achtte en daarom niet-ontvankelijk verklaarde. Eiser gaf aan door een motorongeluk niet in staat te zijn geweest zijn post te openen, maar de rechtbank oordeelde dat het niet openen van de post voor rekening van eiser komt, mede omdat zijn gemachtigde, zijn vader, bewust de post niet opende vanwege het briefgeheim.
De rechtbank stelde vast dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en dat eiser ook geen gronden voor bezwaar had ingediend. De uitnodiging voor de hoorzitting was correct verzonden naar de juiste adressen en het niet verschijnen van eiser en zijn gemachtigden kon verweerder niet worden toegerekend. Hierdoor blijft het besluit tot opleggen van de last onder dwangsom onherroepelijk.
Daarnaast werd het bezwaar tegen de invorderingsbeschikking van de dwangsom, dat verweerder naar de rechtbank had doorgezonden, terugverwezen naar verweerder om alsnog in behandeling te worden genomen. De rechtbank wees erop dat partijen nog kunnen zoeken naar een andere oplossing voor het geschil over de illegale aanbouw.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en wees eiser geen teruggaaf van griffierecht of proceskosten toe. De uitspraak werd mondeling gedaan op 2 juni 2023 door rechter Bruin in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de invorderingsbeschikking wordt terugverwezen naar verweerder.