ECLI:NL:RBNHO:2023:8372

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 mei 2023
Publicatiedatum
24 augustus 2023
Zaaknummer
10301241 \ WM VERZ 23-98
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkheid in bestuursstrafzaak wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens 11 km per uur te hard rijden binnen de bebouwde kom en stelde beroep in bij de officier van justitie. De officier verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de beroepstermijn van zes weken zoals bepaald in artikel 6:7 Awb Pro. Betrokkene stelde dat hij tijdig had gereageerd door een transactievoorstel retour te sturen naar het CJIB.

De kantonrechter oordeelde dat het retour sturen van de beschikking naar het CJIB niet kan worden aangemerkt als het instellen van een beroep bij het CVOM. Hierdoor was de termijnoverschrijding niet verschoonbaar in de zin van artikel 6:11 Awb Pro. Betrokkene is niet verschenen bij de zitting, de officier van justitie wel.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkheid van het beroep bij de officier van justitie. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken, mits de boete meer dan €110 bedraagt.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10301241 \ WM VERZ 23-98
CJIB-nummer : 248788697
Uitspraakdatum : 15 mei 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 april 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

De boete
2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 11 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Termijnoverschrijding
2.3.
Betrokkene heeft het beroep bij de officier van justitie te laat ingesteld. Volgens artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Het beroepschrift van betrokkene is op 22 juni 2022 (poststempel) ontvangen door het CVOM, terwijl dat beroep uiterlijk op 7 juni 2022 ontvangen had moeten zijn. Betrokkene stelt reeds op 28 mei 2022 te hebben gereageerd door met een korte mededeling een transactievoorstel van het CJIB retour te sturen.
2.4.
De kantonrechter overweegt dat het retour sturen van de beschikking naar het CJIB niet kan worden aangemerkt als het instellen van beroep bij het CVOM. Daarom is naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk geworden dat de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar is in de zin van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De officier van justitie heeft het beroep van betrokkene bij de officier dus terecht niet-ontvankelijk verklaard.
2.5.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Woerdman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: