ECLI:NL:RBNHO:2023:8332
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie na positieve afronding Halt-straf en artikel 12-klacht
De verdachte werd verdacht van het beledigen van twee politieambtenaren op 12 september 2020. Na zijn aanhouding en bekentenis kreeg hij op 25 november 2020 een Halt-straf opgelegd, die hij positief afrondde. Op 17 maart 2021 ontving hij een afloopbericht waarin stond dat de officier van justitie de zaak seponeerde en geen verdere vervolging zou plaatsvinden.
Echter dienden de slachtoffers een artikel 12-klacht in bij het Gerechtshof Amsterdam, dat deze klacht gegrond verklaarde en het openbaar ministerie opdroeg alsnog tot vervolging over te gaan. De verdachte werd vervolgens gedagvaard, ondanks dat hij en zijn ouders gerechtvaardigd vertrouwen hadden op niet-vervolging.
De rechtbank oordeelde dat het vervolgen van de verdachte in strijd is met het vertrouwensbeginsel en de goede procesorde. Daarnaast zou vervolging leiden tot dubbele bestraffing (ne bis in idem) en is de redelijke termijn voor vervolging ruimschoots overschreden. Gezien het pedagogische karakter van het jeugdstrafrecht acht de rechtbank vervolging niet meer van belang en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte.