ECLI:NL:RBNHO:2023:8039

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 april 2023
Publicatiedatum
16 augustus 2023
Zaaknummer
C/15/338750 / KG ZA 23-188
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • P.W.M. de Wolf MSM
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrouw krijgt exclusief gebruik van gezamenlijke woning en voorlopige voogdij over kinderen na huiselijk geweld

In deze kortgedingprocedure vordert de vrouw het exclusieve gebruik van de gezamenlijke woning en de voorlopige toewijzing van de kinderen aan haar, met een bevel aan de man om de woning te verlaten. De vordering volgt op een incident van huiselijk geweld op 16 april 2023 waarbij de man de vrouw heeft geslagen, wat leidde tot een contact- en huisverbod tegen de man.

De vrouw stelt dat zij en de kinderen nergens anders kunnen verblijven en dat de man alternatieve woonruimte heeft. De man ontkent structureel geweld en stelt dat het incident een uit de hand gelopen woordenwisseling was. De voorzieningenrechter oordeelt dat de relatie ernstig is verstoord en dat voortgezette gezamenlijke bewoning onwenselijk is voor de veiligheid en rust, vooral voor de kinderen.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de vrouw toe, bepaalt dat de man de woning binnen één dag moet verlaten en niet mag betreden, en vertrouwt de kinderen voorlopig aan de vrouw toe. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het contact- en huisverbod loopt tot 27 april 2023.

Uitkomst: De vrouw krijgt het exclusieve gebruik van de gezamenlijke woning en de voorlopige voogdij over de kinderen toegewezen, met een bevel aan de man om de woning te verlaten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/338750 / KG ZA 23-188
Vonnis in kort geding van 26 april 2023
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [plaats]
,
eiser, hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. E.E. Tiebie te Heerhugowaard,
tegen
[de man],
wonende te [plaats]
,
gedaagde, hierna te noemen: de man.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding, met bijlagen 1-4.
1.2.
De mondelinge behandeling van het kort geding heeft plaatsgevonden op 24 april 2023
.Aanwezig waren de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de man. De man en de vrouw zijn apart gehoord.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op [huwelijksdatum] gehuwd te [plaats] , Turkije.
2.2.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , en
  • [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .
2.3.
De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.

3.Het geschil

3.1.
De vrouw vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • te bepalen dat zij voorlopig bij uitsluiting van de man gerechtigd is tot het gebruik van de gezamenlijke woning staande en gelegen aan [adres] en de zich daarin bevindende inboedel, met bevel aan de man om deze woning te verlaten en niet verder te betreden;
  • de man te bevelen binnen één dag na betekening van dit vonnis de woning te verlaten, bij gebreke waarvan de vrouw wordt gemachtigd dit zelf en op kosten van de man te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm;
  • te bepalen dat de kinderen voorlopig aan haar worden toevertrouwd.
3.2.
Zij legt het volgende aan haar vorderingen ten grondslag.
Gedurende het hele huwelijk is sprake geweest van huiselijk geweld en bedreigingen van de man jegens de vrouw. De vrouw heeft nooit eerder aan de bel getrokken, omdat de man dreigde dat hij haar en haar familie zou vermoorden als zij van hem ging scheiden. Op 16 april 2023 heeft weer huiselijk geweld plaatsgevonden, waarvan de kinderen getuige waren. De vrouw is vanwege haar verwondingen naar het ziekenhuis gegaan. Dit incident is voor de vrouw de druppel geweest. De man heeft een korte periode op het politiebureau vastgezeten en daarna is aan hem een contact- en huisverbod opgelegd, dat op 27 april 2023 afloopt. De vrouw is voornemens om op korte termijn de echtscheidingsprocedure aanhangig te maken. In het belang van de veiligheid van de vrouw en de kinderen dient een einde te komen aan het samenwonen van partijen. De vrouw heeft een groter belang bij het uitsluitend gebruik van de woning dan de man. Zij heeft altijd het grootste deel van de zorg voor de kinderen gedragen. De kinderen hebben er belang bij om in de voor hen bekende woning en omgeving te blijven. De vrouw en de kinderen kunnen niet ergens anders verblijven. De man heeft op dit moment de woning al verlaten en verblijft ergens anders. Hier is hij blijkbaar toe in staat. De kinderen waren bang na het incident en hebben nu rust nodig, die zij bij hun moeder kunnen krijgen. De man heeft te kennen gegeven na het contact- en huisverbod weer terug te willen keren naar de woning. Dit is een zeer onwenselijke situatie en daarom heeft de vrouw een spoedeisend belang bij haar vorderingen.
3.3.
De man voert hier verweer tegen en voert het volgende aan.
Partijen hebben een goed huwelijk gehad en hebben geen problemen met elkaar. Op 16 april 2023 vond een woordenwisseling plaats die escaleerde en waarbij de man uiteindelijk, ter zelfverdediging, een klap op de mond van de vrouw heeft gegeven. Van structureel geweld is echter geen sprake en de man wil niet van de vrouw scheiden.

4.De beoordeling

spoedeisend belang

4.1.
Op grond van artikel 254 Rv Pro is de voorzieningenrechter in alle spoedeisende zaken, waarin gelet op de belangen van partijen een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, bevoegd deze te geven. De vraag, of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, dient te worden beantwoord aan de hand van een afweging van de belangen van partijen en de uitkomst van de beoordeling van de voorlopige merites van de zaak. Spoedeisend belang heeft de eisende partij in ieder geval, indien van hem niet kan worden gevergd dat hij of zij een bodemprocedure afwacht.
4.2.
Vaststaat dat op 16 april 2023 een incident tussen partijen heeft plaatsgevonden waarbij de man de vrouw heeft geslagen. Naar aanleiding hiervan heeft de man een contact- en huisverbod opgelegd gekregen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de vrouw daarom een spoedeisend belang bij de door haar verzochte voorzieningen. Zij zal daarom hierin worden ontvangen.
uitsluitend gebruik echtelijke woning
4.3.
Tussen partijen is in geschil of zij nog samen in de echtelijke woning kunnen verblijven. De vrouw heeft naar voren gebracht dat zij een echtscheidingsprocedure zal starten. Zij stelt dat sprake is van structureel huiselijk geweld en bedreigingen van de man jegens de vrouw. Hoewel de voorzieningenrechter niet kan vaststellen of daarvan inderdaad sprake is, is op de zitting wel duidelijk geworden dat de vrouw erg bang is voor de man, met name als zij nog langer met hem in hetzelfde huis zou moeten wonen. Hierbij komt dat een contact- en huisverbod aan de man is opgelegd, waaruit naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt dat de relatie tussen partijen ernstig is verstoord en in een zeer geëscaleerde fase verkeert. Tegen die achtergrond behoort de gezamenlijke bewoning van partijen in de echtelijke woning in het belang van de veiligheid en rust – met name ook voor de kinderen –niet voort te duren. Het treffen van een voorziening is dan ook geboden. De vrouw heeft onweersproken gesteld dat zij en de kinderen nergens anders kunnen verblijven terwijl de man wel alternatieve woonruimte heeft. De vordering van de vrouw zal daarom worden toegewezen.
4.4.
Nu gebleken is dat de man op dit moment bij zijn zus verblijft, doet de man er verstandig aan om, na het verstrijken van het contactverbod op 27 april 2023, niet meer naar de woning terug te keren.
4.5.
De voorzieningenrechter zal de man het bevel geven dat hij de woning dient te verlaten en niet meer mag betreden. Dit verschaft de vrouw een rechtsgeldige titel voor tenuitvoerlegging met behulp van de sterk arm. De vordering van de vrouw, tot het verlenen van een machtiging om dit vonnis ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm, zal daarom (wegens gebrek aan belang) worden afgewezen.
voorlopige toevertrouwing kinderen
4.6.
De man heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering van de vrouw om de kinderen aan haar toe te vertrouwen. Deze vordering zal daarom worden toegewezen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
bepaalt dat de vrouw – voorlopig, bij uitsluiting van de man, - gerechtigd is tot het gebruik van de gezamenlijke woning staande en gelegen aan [adres] en de zich daarin bevindende inboedel en beveelt de man om deze woning, uiterlijk binnen een dag na betekening van dit vonnis, te verlaten en niet verder te betreden;
5.2.
bepaalt dat de minderjarigen [de minderjarigen] :
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , en
  • [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
voorlopig aan de vrouw worden toevertrouwd;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.W.M. de Wolf MSM en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. Leertouwer op 26 april 2023.
Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam binnen vier weken na de dag van de uitspraak. Het beroep moet worden ingesteld door tussenkomst van een advocaat. Omdat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, heeft het vonnis al wel geldende werking zolang op het (eventuele) beroep niet is beslist.