ECLI:NL:RBNHO:2023:8004

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 april 2023
Publicatiedatum
15 augustus 2023
Zaaknummer
10336810 \ WM VERZ 23-137
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 60 RVV 1990Art. 22, vierde lid, van de wetArt. 5 WAHVArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor niet dragen van goedgekeurde helm op bromfiets

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat hij of zijn passagier geen goedgekeurde, goedpassende en deugdelijk bevestigde helm droeg tijdens het rijden op een bromfiets. Betrokkene stelde bezwaar in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; de gemachtigde van betrokkene was afwezig. De officier van justitie handhaafde het standpunt dat de boete terecht was opgelegd. De kantonrechter baseerde zich op de verklaring van de verbalisant, die bevestigde dat de bestuurder wel een helm droeg, maar de passagier niet. De verbalisant gaf ook een nadere toelichting op de situatie en corrigeerde een eerdere fout in zijn verklaring.

De kantonrechter oordeelde dat uit het dossier voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden en dat betrokkene onvoldoende feiten aanvoerde om de verklaring van de verbalisant te betwijfelen. Op grond van artikel 60 RVV Pro 1990 en artikel 5 WAHV Pro was de boete terecht opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet dragen van een goedgekeurde helm op de bromfiets wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10336810 \ WM VERZ 23-137
CJIB-nummer : 246921817
Uitspraakdatum : 11 april 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : M.J.M. Bergers, Boete.nu te Maastricht.

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 april 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
1.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
1.4.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: bestuurder of passagier bromfiets draagt geen goedgekeurde, goedpassende/deugdelijk bevestigde helm.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
De gemachtigde van betrokkene stelt dat de verklaring van de verbalisant onjuist is. Betrokkene zou rechtsaf zijn geslagen de Meervalweg in. In dat geval is het onmogelijk om vervolgens op de Burgemeester Postweg te komen. Ook verklaart verbalisant dat betrokkene een helm op had en vervolgens weer niet, aldus gemachtigde.
2.4.
In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende:
“Ik, verbalisant, zag daar een bromfiets rijden, komende vanaf de Fuutstraat, gaande in e richting Noordeinde te Landsmeer. Ik zag dat de bestuurder een zwarte helm droeg. Ik zag dat de passagier geen helm droeg, maar een grijze capuchon over zijn hoofd had. Ik zag dat de bestuurder met zeer hoge snelheid door het verkeer stuurde. Ik zag dat de bestuurder daarbij overstekende voetgangers negeerde. Ik ben de scooter op gepaste afstand gaan volgen. (…) Ik zag dat de bestuurder ter hoogte van Burgemeester Postweg [huisnummer] rechtsaf sloeg en een voetpad op ging, waar hij vol gas overheen reed. Ik kon de bromfiets niet verder volgen. Omdat ik toen zijn kenteken al had (…) heb ik besloten de achtervolging te staken en de verbalen op kenteken uit te schrijven.“
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het ingestelde beroep een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is het volgende vermeld:
“…De gemachtigde stelt dat betrokkene wel een helm droeg. Dit is juist. De bestuurder droeg een helm, de passagier niet. Ik heb dit ook zo in mijn zaakoverzicht beschreven. Abusievelijk is er wel een fout in mijn eerste verklaring getreden: het voetpad, waarover de betrokkene en zijn passagier met de bromfiets gevlucht zijn, was niet naast Burgemeester Postweg [huisnummer] , maar Burgemeester Postweg [huisnummer] . Zoals ik in mijn eerste verklaring reeds heb beschreven, kon er geen staandehouding plaats vinden, omdat de situatie daarvoor te gevaarlijk was. (…) bij mijn beste weten is de bestuurder verantwoordelijk voor het feit of de passagier wel of niet voldoet aan de veiligheidseisen. (Valhelm in dit geval). De leeftijd (bij benadering) van de passagier, heb ik geschat op basis van uiterlijke kenmerken als lengte en gezichtskenmerken als gezichtsbeharing. Hieruit maakt ik op dat de passagier zéker ouder dan 12 jaren was. (…).”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de aanvullende verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
Artikel 60 RVV Pro 1990 luidt als volgt: “De bestuurder en de passagiers van bromfietsen, brommobielen zonder gesloten carrosserie, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen zonder gesloten carrosserie moeten een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de wet.”
Artikel 5 van Pro de Wahv bepaalt dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve boete wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister was ingeschreven.
Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: