Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eisers]
1.[gedaagden]
1.De procedure
- de dagvaarding met 9 producties;
- de mondelinge behandeling 20 juli 2023.
2.De uitgangspunten
3.Het geschil
4.De beoordeling
697,00
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak vordert eiser de schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis van 5 juli 2023, waarin hij werd veroordeeld tot verwijdering van een schutting die deels op het erf van gedaagde staat. De schutting werd in 2015 geplaatst en het geschil betreft de vraag of gedaagde toestemming heeft gegeven voor de plaatsing.
De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat eiser niet aan zijn bewijsopdracht voldeed en veroordeelde hem tot verwijdering van de schutting binnen veertien dagen, met een dwangsom bij niet-naleving. Eiser is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan en verzoekt om schorsing van de executie, omdat de uitvoering onomkeerbare schade zou veroorzaken en de hovenier pas eind augustus beschikbaar is.
Gedaagde stelt dat onmiddellijke verwijdering noodzakelijk is vanwege waterschade aan zijn woning, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd. De voorzieningenrechter weegt de belangen af en oordeelt dat het belang van eiser bij behoud van de huidige situatie zwaarder weegt dan het belang van gedaagde bij onmiddellijke uitvoering.
Daarom wordt de tenuitvoerlegging geschorst tot het gerechtshof Amsterdam uitspraak doet, met een dwangsom voor gedaagde bij niet-naleving van het schorsingsbevel. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis tot verwijdering van de schutting wordt geschorst tot uitspraak in hoger beroep.