Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
hij op of omstreeks 11 februari 2022 te Zaandam, gemeente Zaanstad ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde] opzettelijk van het leven te beroven, met een mes, althans een puntig voorwerp, in de rug en/of (boven)been heeft gestoken terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
hij op of omstreeks 11 februari 2022 te Zaandam, gemeente Zaanstad openlijk, te weten, op de Albert Heijnweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde] door
- die [benadeelde] in een houdgreep te nemen en/of (met kracht) bij de nek te pakken en/of
- meermaals te slaan en/of schoppen tegen het lichaam van die [benadeelde] en/of
- die [benadeelde] in het water te duwen/gooien;
2. Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
hij op 11 februari 2022 te Zaandam, gemeente Zaanstad ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde] opzettelijk van het leven te beroven, met een mes, in de rug en bovenbeen heeft gestoken terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 11 februari 2022 te Zaandam, gemeente Zaanstad openlijk, te weten, op de Albert Heijnweg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde] door
- die [benadeelde] in een houdgreep te nemen en
- die [benadeelde] in het water te duwen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8. Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling (99.000136.58)
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
5 (vijf) jaren.
[benadeelde]geleden schade tot een bedrag van
€ 11.868,52 (elfduizend achthonderdachtenzestig euro en tweeënvijftig cent), bestaande uit € 1.868,52 als vergoeding voor de materiële en € 10.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag.
€ 11.868,52 (elfduizend achthonderdachtenzestig euro en tweeënvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente als hierboven uitgesplitst, tot aan de dag der algehele voldoening.