ECLI:NL:RBNHO:2023:7623

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 juli 2023
Publicatiedatum
4 augustus 2023
Zaaknummer
10461392 \ WM VERZ 23-278
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete wegens verlopen keuringsbewijs motorrijtuig

Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder geen geldig keuringsbewijs had. Betrokkene stelde dat zij niet op tijd aan de keuringsplicht voldeed vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder een scheiding en dakloosheid, waardoor zij de melding niet had gezien. Zodra zij de boete online zag, liet zij het voertuig direct keuren.

De kantonrechter stelde vast dat de overtreding feitelijk had plaatsgevonden, maar achtte de persoonlijke omstandigheden voldoende reden om de boete te matigen. Hierdoor werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete gematigd tot nihil. Tevens werd bepaald dat de officier van justitie de betaalde zekerheidstelling aan betrokkene terugbetaalt.

De uitspraak werd gedaan tijdens een zitting waarbij de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig was, maar betrokkene niet. Het vonnis is in het openbaar uitgesproken en biedt de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.

Uitkomst: De boete wegens verlopen keuringsbewijs wordt gematigd tot nihil en de betaalde zekerheidstelling wordt terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10461392 \ WM VERZ 23-278
CJIB-nummer : 244923316
Uitspraakdatum : 4 juli 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 juli 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren.
De kantonrechter heeft ter zitting de zekerheidstelling op nihil bepaald, zodat is toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van de zaak.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene voert aan dat zij niet op tijd aan de keuringsplicht van haar auto heeft voldaan omdat zij destijds in scheiding zat en dakloos was. Daardoor heeft zij de melding dat zij haar auto moest laten keuren niet gezien. Betrokkene stelt dat zij haar auto direct heeft laten keuren zodra zij online zag dat ze een boete had ontvangen.
De kantonrechter overweegt dat de gedraging vast staat, omdat het voertuig op de genoemde datum inderdaad niet APK-gekeurd was. Dat betekent dat een boete kon worden opgelegd.
Gelet op de door betrokkene aangevoerde persoonlijke omstandigheden, ziet de kantonrechter echter aanleiding om de boete te matigen tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: