Uitspraak
1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
2.Overwegingen
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen. Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Op de zitting was de gemachtigde van betrokkene afwezig, terwijl de officier van justitie wel aanwezig was. Betrokkene voerde aan dat er geen foto in het dossier aanwezig was, waardoor onduidelijk bleef of de overtreding daadwerkelijk had plaatsgevonden. De officier van justitie overhandigde tijdens de zitting wel een foto van de gedraging.
De kantonrechter oordeelde dat de officier van justitie niet had voldaan aan de informatieplicht zoals bedoeld in artikel 7:18 lid 4 Awb Pro, omdat relevante stukken niet tijdig waren verstrekt. Hierdoor werd het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en die beslissing vernietigd. Vervolgens beoordeelde de kantonrechter of de boete terecht was opgelegd. Aan de hand van schouwrapporten en de overgelegde foto werd vastgesteld dat het C-bord aanwezig was en door het voertuig was gepasseerd, waardoor de boete terecht was opgelegd.
Het beroep tegen de boete werd daarom ongegrond verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter P.J. Jansen en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd wegens schending van de informatieplicht, maar de boete wordt gehandhaafd.