ECLI:NL:RBNHO:2023:7420

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 mei 2023
Publicatiedatum
1 augustus 2023
Zaaknummer
10365096 \ WM VERZ 23-137
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor achteruitrijden zonder voorrang verlenen ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het achteruitrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; de gemachtigde van betrokkene was afwezig. Betrokkene voerde aan dat hij al bezig was met de manoeuvre toen een ander voertuig naderde en dat hij niet anders kon handelen.

De kantonrechter oordeelde dat bij het achteruitrijden vrije doorgang aan het overige verkeer moet worden verleend en dat betrokkene dit niet heeft gedaan. Het verweer dat anders handelen niet mogelijk was, werd niet aanvaard. Betrokkene had het voertuig vooruit kunnen rijden om voorrang te verlenen. Daarom werd de boete terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.

Proceskosten werden niet toegekend omdat het beroep ongegrond was. De uitspraak werd openbaar gedaan door kantonrechter P.J. Jansen.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor achteruitrijden zonder voorrang te verlenen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10365096 \ WM VERZ 23-137
CJIB-nummer : 247639623
Uitspraakdatum : 5 mei 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Appjection B.V. (M. Lagas)

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 april 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: achteruit rijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan.
2.2.
Het verweer tegen de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en door gemachtigde van betrokkene wordt namens betrokkene aangevoerd dat betrokkene al bezig was met de manoeuvre toen er een ander voertuig aan kwam rijden. Betrokkene kon niet anders handelen dan dat betrokkene heeft gedaan.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
De beoordeling van het verweer tegen de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
De kantonrechter volgt het verweer van gemachtigde van betrokkene niet. Uitgangspunt is dat bij het verrichten van een dergelijke manoeuvre vrije doorgang dient te worden verleend aan het overige verkeer. Dit heeft betrokkene niet gedaan. Dat betrokkene niet anders kon handelen is de kantonrechter niet gebleken. Betrokkene had zijn voertuig weer vooruit het parkeervak in kunnen rijden om op deze wijze voorrang te verlenen. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
2.5.
Proceskosten
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: