ECLI:NL:RBNHO:2023:7410

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 mei 2023
Publicatiedatum
1 augustus 2023
Zaaknummer
10312724 \ WM VERZ 23-59
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete wegens inrijden aan verkeerde zijde van verkeersbord verworpen

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het inrijden aan de verkeerde zijde van een verkeersbord (bord D 2/16). Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete bij de officier van justitie, die dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Betrokkene ging hiertegen in beroep bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 21 april 2023 verschenen zowel de vertegenwoordiger van de officier van justitie als betrokkene. De kantonrechter oordeelde dat de zekerheid die betrokkene moest stellen, vanwege diens financiële situatie, tot nihil kon worden verlaagd, waardoor de zaak inhoudelijk kon worden behandeld.

De kantonrechter stelde vast dat het beroep bij de officier van justitie tijdig was ingediend, waardoor de beslissing van niet-ontvankelijkheid werd vernietigd. Vervolgens werd beoordeeld of de boete terecht was opgelegd. Betrokkene erkende de gedraging, en de aangevoerde omstandigheden gaven geen reden tot matiging of vernietiging van de boete.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigde deze, maar wees het beroep tegen de boete af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt ongegrond verklaard, ondanks vernietiging van de niet-ontvankelijkheidsbeslissing.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10312724 \ WM VERZ 23-59
CJIB-nummer : 247429733
Uitspraakdatum : 5 mei 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 april 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: weg inrijden aan de andere zijde van het bord dan de pijl aangaf: bord D 2/16.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting aangegeven dat de zekerheid op nihil kan worden gezet. Daarnaast verzoekt zij om de zaak inhoudelijk te behandelen, omdat het beroep van betrokkene bij de officier van justitie ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Met betrekking tot de gedraging stelt de vertegenwoordiger zich op het standpunt dat deze kan worden vastgesteld en heeft zij de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
De beoordeling van het draagkrachtverweer
Betrokkene is opgeroepen om de financiële situatie mondeling toe te lichten en bewijzen te overleggen. De kantonrechter is van oordeel dat er voldoende aanleiding bestaat om het bedrag van de door betrokkene te betalen zekerheid te verlagen tot nihil, zodat is toegekomen aan een behandeling van de zaak.
2.5.
De beoordeling van de termijnoverschrijding
De kantonrechter is het met de vertegenwoordiger van de officier van justitie eens dat het beroep bij de officier van justitie tijdig is ingesteld, omdat het beroepschrift op de tweede werkdag na afloop van de beroepstermijn door de officier van justitie is ontvangen. Dat betekent dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is en dat die beslissing moet worden vernietigd. Nu de beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd, moet de kantonrechter beoordelen of de boete terecht is opgelegd.
2.6.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd.
Betrokkene heeft de gedraging erkend, zodat deze is komen vast te staan. De door betrokkene aangevoerde omstandigheden geven de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: