De rechtbank Noord-Holland behandelde op 27 juli 2023 de zaak tegen een verdachte die werd verdacht van meerdere feiten, waaronder het voorbereiden van handel in cocaïne, bezit van MDMA, softdrugs en een vuurwapen met munitie. De rechtbank sprak de verdachte vrij van het voorbereiden van handel in cocaïne omdat het bewijs onvoldoende was en de verdachte verklaarde de middelen voor eigen gebruik te hebben versneden.
De rechtbank achtte wel bewezen dat de verdachte op 2 mei 2023 in Krommenie in bezit was van MDMA-pillen, meer dan 30 gram hennep en hasjiesj, en een pistool met munitie. De deskundigheid van de verbalisant en de bekentenissen van de verdachte ondersteunden deze bewezenverklaring.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tijdens de proeftijd gelden bijzondere voorwaarden zoals reclasseringscontact, behandeling, dagbesteding, schuldhulpverlening en controle op drugsgebruik. Daarnaast werden de inbeslaggenomen wapens en munitie onttrokken aan het verkeer en geldbedragen teruggegeven aan de verdachte.