Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
[de moeder] ,
[de vader] ,
Het procesverloop
- de vader;
- de moeder;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
Rechtbank Noord-Holland
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de rechtbank om bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing gericht op de verzorging en opvoeding van een minderjarige en om gedeeltelijke uitoefening van het gezag met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling toe te wijzen. De minderjarige woont bij de vader, die het ouderlijk gezag deelt met de moeder. De GI stelde dat de moeder onvoldoende meewerkt aan het plan van aanpak, waaronder schoolwissel en therapie, wat de ontwikkeling van de minderjarige bedreigt.
De rechtbank stelde vast dat de GI bevoegd is tot het geven van schriftelijke aanwijzingen en dat de moeder niet instemt met het plan, waardoor bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing noodzakelijk is om concrete bedreigingen voor de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. Het adviesrapport van BOOT onderstreepte het belang van een school dichtbij het hoofdverblijf en het volgen van hypnotherapie.
Ten aanzien van het verzoek tot gedeeltelijke uitoefening van het gezag voor schoolaanmelding oordeelde de rechtbank dat dit niet kan worden toegewezen omdat geen machtiging tot uithuisplaatsing meer geldt. De rechtbank bekrachtigde daarom de schriftelijke aanwijzing en verklaarde het verzoek tot gedeeltelijke gezagsuitoefening niet-ontvankelijk.
De moeder werd erop gewezen de belangen van de minderjarige voorop te stellen en de schriftelijke aanwijzing na deze beschikking op te volgen. De beslissing werd op 18 juli 2023 door de kinderrechter S. Ok uitgesproken.
Uitkomst: Verzoek tot gedeeltelijke gezagsuitoefening niet-ontvankelijk verklaard; schriftelijke aanwijzing bekrachtigd.