Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 15 maart 2023,
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van ASR.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een kort geding tussen [eiser], eigenaar van een perceel en landbouwbedrijf, en ASR Windpark over de overdraai van een windturbine die over het perceel van [eiser] draait. Eerder is vastgesteld dat ASR onrechtmatig handelde door overdraai te veroorzaken, wat inbreuk maakte op het eigendomsrecht van [eiser]. Na vernietiging van een gedoogbeschikking door de rechtbank in december 2022, heeft ASR de windturbine gefixeerd om overdraai te voorkomen.
[ Eiser] vordert een verbod op inbreuk en verwijdering van delen van de turbine. ASR voert aan dat de turbine inmiddels veilig en langdurig gefixeerd is zonder overdraai, waardoor geen spoedeisend belang meer bestaat. De rechter constateert dat ASR kortdurend inbreuk maakte tot 22 februari 2023, maar dat de fixatie sindsdien effectief is en geen overdraai meer plaatsvindt.
Hoewel [eiser] twijfelt aan de toezeggingen van ASR, acht de rechter dit onvoldoende voor een spoedeisend belang. De rechter wijst erop dat technische onmogelijkheid tot fixatie voor rekening van ASR komt en geen rechtvaardiging vormt voor inbreuk zonder geldige titel. De gevraagde voorzieningen worden geweigerd, maar ASR wordt veroordeeld in de proceskosten vanwege de eerdere onrechtmatige situatie.
Uitkomst: De voorzieningenrechter weigert de gevraagde voorzieningen en veroordeelt ASR in de proceskosten.