ECLI:NL:RBNHO:2023:6649

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 juli 2023
Publicatiedatum
14 juli 2023
Zaaknummer
10149271
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopig getuigenverhoor in civiele zaak na ongeval in winkel

In deze tussenbeschikking van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, heeft de kantonrechter op 14 juli 2023 een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor toegewezen. Verzoeker, die op 7 april 2022 in een filiaal van [verweerster] te Wieringerwerf ten val kwam, heeft schade geleden en verzoekt om getuigen te horen die aanwezig waren op het moment van het ongeval. De kantonrechter heeft vastgesteld dat het verzoek voldoet aan de wettelijke eisen en dat het verzoek voldoende concreet is. De kantonrechter heeft [verweerster] opgedragen om binnen vier weken een opgave te doen van de medewerkers die op de bewuste dag aanwezig waren, inclusief hun namen en adresgegevens. Tevens is bepaald dat partijen hun verhinderdata moeten doorgeven voor het verhoor, dat in het gerechtsgebouw in Alkmaar zal plaatsvinden. De beslissing houdt in dat de kantonrechter de verdere behandeling van de zaak aanhoudt tot het verhoor heeft plaatsgevonden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./repnr.: 10149271 \ EJ VERZ 22-351 (rvk)
Uitspraakdatum: 14 juli 2023
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker]
wonende te [woonplaats]
verzoekende partij
verder te noemen: [verzoeker]
gemachtigde: mr. S.E. Patijn
tegen
[verweerster]
gevestigd te [vestigingsplaats]
verwerende partij
verder te noemen: [verweerster]
procederend bij: mr. B.J. Blindenbach (bedrijfsjurist bij [verweerster] )

1.Het procesverloop

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend, ter griffie ingekomen op 17 oktober 2022.
1.2.
Op 4 april 2023 heeft een zitting plaatsgevonden. [verzoeker] en zijn gemachtigde zijn verschenen. De gemachtigde van [verweerster] is ook verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting is op 6 maart 2023 een brief ontvangen van Marsh Nederland B.V. [verzoeker] heeft bij brief van 14 maart 2023 gereageerd op de brief van Marsh Nederland B.V. en het aanvankelijk mede tegen die partij ingediende verzoek ingetrokken. [verweerster] heeft op de zitting een volmacht en twee getuigenverklaringen overgelegd. De behandeling van de zaak is aangehouden in verband met een inmiddels lopend toedrachtonderzoek.
1.3.
Op 2 juni 2023 heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht te beslissen op het verzoekschrift.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. Ook verzoekt [verzoeker] dat de kantonrechter [verweerster] veroordeelt om de medewerkers op te roepen die op 7 april 2022 werkzaam waren in het filiaal van [verweerster] aan de [adres] .
2.2.
[verzoeker] legt daaraan ten grondslag dat hij op 7 april 2022 omstreeks 16:00 uur in een filiaal van [verweerster] te Wieringerwerf (genaamd: Het Kruidvat) tijdens het winkelen ten val is gekomen en daardoor schade heeft geleden. [verzoeker] is gestruikeld over spullen in het looppad en hij is van mening dat [verweerster] door na te laten deze spullen op te ruimen een onrechtmatige daad heeft gepleegd. Zij is daarom gehouden de schade die [verzoeker] lijdt als gevolg van dit nalaten te vergoeden.
2.3.
[verzoeker] heeft er belang bij om door middel van een voorlopig getuigenverhoor meer duidelijkheid te verkrijgen over de toedracht van het ongeval en hij wenst daarom personen te laten horen die kunnen verklaren over de relevante feiten en omstandigheden inzake onderhavig ongeval. Naast [verzoeker] zelf zijn dat [betrokkene] (die na het ongeval ter plaatse was) en alle medewerkers van het Kruidvat, gevestigd aan de vestiging [adres] welke werkzaam waren op 7 april 2022 alsmede de hoofdleidinggevende van voornoemde vestiging.

3.Het verweer

3.1.
[verweerster] heeft aangevoerd dat zij heeft aangeboden een toedrachtonderzoek te laten uitvoeren maar dat [verzoeker] hiermee niet akkoord is gegaan. Op het moment van de val van [verzoeker] waren alleen de filiaalmanager ( [filiaalmanager] ) en de assistent filiaalmanager ( [assistent filiaalmanager] ) aanwezig. Zij hebben een schriftelijke verklaring afgelegd tegenover de toedrachtonderzoeker van Andriessen Expertise.

4.De beoordeling

4.1.
[verzoeker] heeft zijn verzoek niet alleen gericht tegen [verweerster] , maar ook tegen de besloten vennootschap Marsh Eurofinance B.V. [verzoeker] heeft in zijn brief van 14 maart 2023 - naar aanleiding van het schrijven van Marsh Nederland - laten weten dat het verzoek voor zover dat gericht is tegen Marsh Eurofinance B.V., wordt ingetrokken. De aanhef van deze beschikking is hieraan aangepast.
4.2.
De kantonrechter stelt vast dat zij bevoegd is om van onderhavig verzoek kennis te nemen. [verzoeker] heeft onbetwist gesteld dat zijn schade de grens van € 25.000,00 niet zal overstijgen.
4.3.
Een verzoek tot houden van een voorlopig getuigenverhoor moet in beginsel toegewezen worden, mits het verzoek (a) aan de wettelijke eisen voldoet, (b) ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het verhoor bewezen kunnen worden. Dit is alleen anders indien de rechter van oordeel is dat (c) het verzoek in strijd is met een goede procesorde, (d) dat van de bevoegdheid toepassing van dit middel te verlangen, misbruik wordt gemaakt - bijvoorbeeld omdat verzoeker wegens onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot het uitoefenen van die bevoegdheid kan worden toegelaten - of (e) dat het verzoek moet afstuiten op een ander door de rechter zwaarwichtig beoordeeld bezwaar.
4.4.
[verzoeker] heeft in het verzoekschrift aangegeven wat de aard en het beloop is van de vordering en welke feiten en rechten hij met behulp van het voorlopig getuigenverhoor wil bewijzen. In dat opzicht is het verzoek voldoende ter zake dienend en voldoende concreet omschreven. [verzoeker] heeft twee van de getuigen die hij wil horen bij naam genoemd - [verzoeker] zelf (als partijgetuige) en [betrokkene] - en verder wil hij de medewerkers die op 7 april 2022 in het filiaal van [verweerster] te Wieringerwerf aanwezig waren laten horen. [verweerster] heeft op de zitting de verklaringen van [filiaalmanager] en [assistent filiaalmanager] overgelegd, waaruit volgt dat zij die dag in het filiaal aanwezig waren. Dit leidt tot de conclusie dat het verzoek waar het gaat om de hiervoor genoemde vier personen, toewijsbaar is.
4.5.
[verzoeker] stelt, en blijft bij die stelling, dat het moeilijk voorstelbaar is dat er maar twee medewerkers in het filiaal aanwezig waren en verlangt daarom nog steeds een opgave van [verweerster] van de aanwezige medewerkers om ook hen te horen. De kantonrechter is van oordeel dat [verweerster] , op grond van artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), nader moet onderbouwen welke medewerkers de bewuste dag en tijd in het filiaal aanwezig of aan het werk waren en vervolgens nadere opgave moet doen van de namen en adresgegevens van deze medewerkers. Daarbij moet zij met name de aan- of afwezigheid van eventuele medewerkers onderbouwen, bijvoorbeeld met een kopie van het rooster van die dag waaruit de aan- of afwezigheid van de personeelsleden blijkt. De kantonrechter ziet hierin geen strijd met de goede procesorde; het gaat immers naar alle waarschijnlijkheid om een te overzien aantal personen waardoor er geen risico is dat er lukraak of onnodig veel getuigen worden gehoord. [verweerster] zal dus veroordeeld worden om binnen vier weken na datum van deze beschikking de hiervoor bedoelde opgave te doen.
4.6.
[verzoeker] zal vervolgens moeten aangeven welke eventuele andere personen hij naast de al bekend zijnde personen wenst te doen horen, onder opgave van de redenen om juist die personen te horen. De kantonrechter zal daarna beslissen op het verzoek om die personen als getuige te doen horen.
4.7.
Ook zullen partijen - om redenen van proceseconomie - nu al in de gelegenheid worden gesteld om opgave te doen van hun verhinderdata en die van de te horen getuigen.
4.8.
Daarna zal een datum voor het verhoor worden bepaald.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
beveelt een voorlopig getuigenverhoor ten aanzien van de volgende getuigen:
  • [verzoeker] ,
  • [betrokkene] ,
  • [filiaalmanager] en
  • [assistent filiaalmanager] ;
5.2.
bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw aan de Kruseman van Eltenweg 2 te Alkmaar op een nader te bepalen datum en tijd;
5.3.
bepaalt dat [verweerster]
binnenvier wekenna de datum van deze beschikkingschriftelijk aan de kantonrechter alsmede aan [verzoeker] moet verstrekken de onderbouwing en de namen en verder van belang zijnde gegevens van de medewerkers die op 7 april 2022 omstreeks 16:00 uur in het filiaal van [verweerster] te [adres] aanwezig of aan het werk waren, zoals hiervoor in 4.5. bedoeld;
5.4.
bepaalt dat [verzoeker] vervolgens
binnenacht wekenna de datum van deze beschikkingaan de kantonrechter alsmede aan [verweerster] nadere opgave moet doen van de personen die hij ook wenst te doen horen, onder opgave van de bijzondere redenen om juist die persoon te horen, zoals hiervoor in 4.6. bedoeld;
5.5.
stelt [verzoeker] en [verweerster]
binnenacht wekenna de datum van deze beschikkingin de gelegenheid om hun verhinderdata en die van de op te roepen getuigen in de periode september tot en met december 2023 door te geven aan de griffier van de rechtbank waarna een datum voor verhoor zal worden bepaald;
5.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.H. Lips en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.