Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering, het verweer en de tegenvordering
4.De beoordeling
Geen sprake van dringend eigen gebruik
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres vordert de beëindiging van de huurovereenkomst met gedaagde per 1 december 2022, met ontruiming van het gehuurde, op grond van dringend eigen gebruik en niet goed huurderschap.
Gedaagde betwist de gronden, onderbouwt zijn verweer en stelt dat er geen passende woonruimte beschikbaar is. De kantonrechter beoordeelt eerst het niet goed huurderschap, waarbij eiseres diverse klachten aanvoert, maar onvoldoende onderbouwing levert en gedaagde gemotiveerd betwist. Het enkel plaatsen van camera's wordt niet voldoende geacht voor opzegging.
Vervolgens wordt het dringend eigen gebruik onderzocht. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij de woning dringend nodig heeft, mede omdat zij sinds 2019 niet in de woning woont maar in een tuinhuis, waarvan het gebruik niet als permanente bewoning wordt erkend door de gemeente. Financiële omstandigheden van eiseres worden niet overtuigend aangetoond.
De kantonrechter concludeert dat de gronden voor beëindiging onvoldoende zijn aangetoond en wijst de vordering af. De tegenvordering van gedaagde tot verhuiskostenvergoeding behoeft geen beoordeling omdat de hoofdvordering is afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik en niet goed huurderschap wordt afgewezen.