ECLI:NL:RBNHO:2023:6136

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 maart 2023
Publicatiedatum
30 juni 2023
Zaaknummer
10311336 \ WM VERZ 23-109
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvastgestelde overtreding gebruik verdrijvingsvlak

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het gebruik van een verdrijvingsvlak als bestuurder. Hij stelde onderbouwd dat hij op het moment van de overtreding niet ter plaatse was, omdat hij bezig was met vrijwilligerswerk. De officier van justitie handhaafde aanvankelijk de boete, maar na ontvangst van een aanvullend proces-verbaal van de verbalisant erkende de officier dat de gedraging niet vaststond en dat de boete ten onrechte was opgelegd.

De kantonrechter behandelde het beroep op 7 maart 2023, waarbij zowel betrokkene als de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig waren. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs en de erkenning door de officier van justitie, oordeelde de kantonrechter dat het beroep gegrond was.

De beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete was opgelegd, werden vernietigd. Tevens werd bepaald dat het door betrokkene betaalde bedrag als zekerheidstelling aan hem wordt terugbetaald. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van het vonnis.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10311336 \ WM VERZ 23-109
CJIB-nummer : 248962018
Uitspraakdatum : 17 maart 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 maart 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene ontkent de gedraging en stelt deze niet gepleegd te kunnen hebben omdat hij op dat moment bezig was met vrijwilligerswerk, als te doen gebruikelijk op onder andere die vrijdag.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich ter zitting – naar aanleiding van het aanvullend proces-verbaal van de verbalisant, gehecht aan de deze uitspraak – op het standpunt gesteld dat de gedraging niet vaststaat en ten onrechte een boete is opgelegd.
De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt daarom dat het beroep gegrond is en de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: