ECLI:NL:RBNHO:2023:606
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor woningverhoging
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de omgevingsvergunning die aan een derde is verleend voor het optrekken van de voor- en achtergevel van een woning en het plaatsen van een kap. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Haarlem, heeft de vergunning verleend en het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker belanghebbende is bij de aanvraag en dat het bouwplan voldoet aan de relevante bestemmingsplanregels, met een toegestane afwijking in bouwhoogte. De stelling dat sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering wordt verworpen, mede omdat het bouwplan slechts de helft van een mandelige muur betreft en constructieberekeningen aantonen dat de fundering de extra belasting kan dragen.
Verder is het bouwplan in overeenstemming met de redelijke eisen van welstand en is het advies van het omgevingsbeleid positief. De vergunning is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Verzoeker heeft onvoldoende bewijs geleverd om de conclusies van de deskundige rapporten te weerleggen.
De voorzieningenrechter ziet geen grond om het bestreden besluit te schorsen en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. De vergunning blijft van kracht, maar is nog niet onherroepelijk zolang het beroep loopt. Verzoeker krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor woningverhoging wordt afgewezen.