Eiseres maakte bezwaar tegen twee aanvullende uitnodigingen tot betaling (utb's) opgelegd door de Belastingdienst/Douane, die door verweerder niet-ontvankelijk werden verklaard wegens te late indiening. Eiseres betwistte aanvankelijk het bestaan van deze utb's, maar na overleg ter zitting erkende zij het bestaan en stelde verweerder niet langer te zullen betwisten dat het bezwaar te laat was ingediend.
De rechtbank oordeelde dat zonder het verweer van termijnoverschrijding de bezwaren niet niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard. Partijen maakten procesafspraken over de verdere behandeling van de bezwaarschriften. De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiseres.
De uitspraak volgt op recente jurisprudentie van de Hoge Raad over bewijs van tijdige verzending van aanslagbiljetten en bevestigt dat de inspecteur aannemelijk moet maken dat het besluit is verzonden. De zaak betreft complexe douanerechtelijke procedures rondom antidumpingrechten op solar modules uit China.