ECLI:NL:RBNHO:2023:5720

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 april 2023
Publicatiedatum
21 juni 2023
Zaaknummer
10365033 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging van boete voor stilstand op trottoir wegens omstandigheden van het geval

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens stilstand op het trottoir, wat niet is toegestaan volgens de verkeersregels. Betrokkene voerde aan dat er geen bord stond dat dit verbod aangaf en dat het in de buurt een ongeschreven regel is om daar te parkeren vanwege parkeerdruk.

De officier van justitie handhaafde de boete, maar stelde voor om deze te matigen. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging terecht was vastgesteld op basis van foto’s en dat het niet nodig is dat een verbod met borden wordt aangegeven. Desondanks achtte de kantonrechter de omstandigheden van het geval zodanig dat matiging van de boete op zijn plaats was.

De boete werd daarom gematigd tot €50, met handhaving van de administratiekosten. Tevens werd bepaald dat het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: De boete voor stilstand op het trottoir wordt gematigd tot €50 met handhaving van administratiekosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10365033 \ WM VERZ 23-125
CJIB-nummer : 249948386
Uitspraakdatum : 5 april 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 5 april 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken).
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat er geen bord staat dat aangeeft dat dit verboden is. Vanwege de parkeerdruk is het een soort ongeschreven regel in de buurt dat voertuigen op die plaats geparkeerd mogen worden.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven, maar heeft de kantonrechter verzocht om de boete te matigen.
2.4.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
Bestuurders dienen de rijbaan te gebruiken. Parkeren is niet toegestaan op het trottoir, het voetpad, het fietspad of het ruiterpad. Met een auto mag niet op het trottoir worden gereden, niet worden stilgestaan of geparkeerd. Dit hoeft niet separaat met een bord te worden aangegeven. De gedraging kan dan ook op basis van de foto’s van de verbalisant in het dossier worden vastgesteld. De boete is dus terecht opgelegd.
2.5.
De beoordeling van het beroep op de omstandigheden
Betrokkene doet een beroep op de omstandigheden van het geval en heeft deze ter zitting nader toegelicht. De kantonrechter ziet, zoals ook is voorgesteld door de vertegenwoordiger van de officier van justitie, daarom aanleiding om de boete te matigen € 50,00 (met handhaving van de administratiekosten). Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 50,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene teveel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: