ECLI:NL:RBNHO:2023:5397
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht wegens ernstige bezwaren van minderjarige tegen biologische moeder
De biologische moeder verzocht de rechtbank om een omgangsregeling met haar minderjarige kind vast te stellen, met een gefaseerde opbouw van contact tussen haar, haar andere kinderen en de minderjarige. De minderjarige woont sinds 2010 bij pleegouders die tevens haar voogden zijn. De moeder stelde dat er een vurige wens is tot contactherstel en dat het belang van het kind hierbij gediend is.
De pleegouders verzetten zich tegen het verzoek en stelden dat de minderjarige geen behoefte heeft aan contact met haar biologische moeder en zusjes. De minderjarige zelf gaf bij verhoor aan geen contact te willen en beschouwt haar pleegouders en pleegzusjes als haar familie. Zij heeft negatieve herinneringen aan het beperkte contact met haar biologische moeder en voelt zich goed in haar huidige thuissituatie.
De rechtbank overwoog dat omgang in beginsel in het belang van het kind wordt geacht, maar in dit geval het contact met de biologische moeder niet in het belang is van de minderjarige. De minderjarige heeft ernstige bezwaren tegen omgang geuit, zoals bedoeld in artikel 1:377a lid 3 sub c BW. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder af en ontzegt haar het recht op omgang. Parlan Pleegzorg onderhoudt contact met de minderjarige en ondersteunt haar, waarbij ruimte wordt gelaten voor toekomstige veranderingen in haar wensen.
Uitkomst: De rechtbank ontzegt de biologische moeder het recht op omgang met haar minderjarige kind wegens ernstige bezwaren van het kind.