ECLI:NL:RBNHO:2023:5360

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 mei 2023
Publicatiedatum
12 juni 2023
Zaaknummer
C/15/338234 / JU RK 23-489
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:263 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging schriftelijke aanwijzing wegens niet-naleving door vader in ondertoezichtstelling kinderen

De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de rechtbank om bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing aan de vader, omdat hij niet adequaat heeft meegewerkt sinds de ondertoezichtstelling van zijn dochters op 6 januari 2023.

De vader verscheen niet op afspraken en reageerde niet tijdig op contactpogingen, waardoor de GI maandenlang haar werk niet kon uitvoeren en er geen zicht is op de thuissituatie bij de vader. Hoewel de vader ter zitting verklaarde te willen meewerken, is zijn medewerking nog niet geborgd.

De rechtbank oordeelde dat contact tussen vader en kinderen in het belang van allen is, maar dat een veiligheidstaxatie van de woonomgeving absoluut noodzakelijk is. Omdat de vader geen inhoudelijk verweer voerde tegen de schriftelijke aanwijzing, werd deze bekrachtigd om de veiligheid en het welzijn van de kinderen te waarborgen.

Uitkomst: De rechtbank bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing aan de vader om zijn medewerking aan de GI te waarborgen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
locatie Haarlem
zaaknummer: C/15/338234 / JU RK 23-489
datum uitspraak: 2 mei 2023

Beschikking van de kinderrechter over de schriftelijke aanwijzing

in de zaak van
de gecertificeerde instelling de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
locatie Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
betreffende
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de vader] , hierna te noemen: de vader,

wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
advocaat mr. S. Verhagen, kantoorhoudende te Hoofddorp.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met bijlagen, van de GI van 4 april 2023, ingekomen bij de griffie op 4 april 2023;
- het verweerschrift, met bijlagen, van de vader van 26 april 2023, ingekomen bij de griffie op 28 april 2023.
Op 2 mei 2023 is de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld, waarbij zijn verschenen en gehoord:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • namens de GI [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] .

De feiten

De vader en [de moeder] (hierna te noemen: de moeder) zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij de moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 januari 2023 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 6 januari 2024.
De GI heeft op 1 maart 2023 een schriftelijke aanwijzing aan de vader gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
Hierin is het volgende opgenomen:
  • U reageert wanneer de jeugdzorgwerker u een bericht heeft gestuurd of gebeld heeft binnen 72 uur. Dit doet u door een bericht terug te sturen of de jeugdzorgwerker te bellen.
  • U verschijnt op de afspraken die gemaakt zijn met de jeugdzorgwerker.
  • U laat de jeugdzorgwerker binnen in de woning waar u met de kinderen verblijft, zodat de jeugdzorgwerker de veiligheid kan taxeren van de omgeving waarin de kinderen zich bevinden.

Het verzoek

De GI verzoekt bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing. Hiertoe stelt de GI dat de vader deze niet heeft opgevolgd.
Het lukt de GI niet met hem in contact te komen: de vader is niet verschenen op de afspraak van 11 januari 2023, reageert niet of laat op berichten en geeft niet aan wanneer de GI in zijn woning kan langskomen. Er is daarom geen zicht op de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen wanneer zij bij de vader verblijven. Door verschillende partijen zijn zorgen geuit over de opvoedsituatie bij de vader. De vader dient duidelijk gemaakt te worden dat hij in contact moet komen met de jeugdzorgwerker. Als hij dat niet doet, kan deze de veiligheid van de kinderen niet waarborgen en zal mogelijk het contact tussen de vader en de kinderen moeten worden beperkt.

Het verweer

De vader voert verweer tegen het verzoek van de GI. Hij betwist dat er geen contact is geweest tussen hem en de jeugdzorgwerker en dat hij niet bereikbaar zou zijn. De vader heeft contact met twee jeugdzorgwerkers en is op 20 april 2023 op kantoor geweest bij de GI. De vader is bereid om de woning waarin hij de kinderen ontvangt, aan de GI te laten zien en daartoe is op 11 mei 2023 een huisbezoek ingepland. De GI heeft daarom geen belang bij haar verzoek.

De beoordeling

Op grond van artikel 1:263, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek kan de GI de kinderrechter verzoeken een schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn met ingang van 6 januari 2023 onder toezicht gesteld. De GI heeft vanaf het begin van de ondertoezichtstelling aan de vader kenbaar gemaakt dat belangrijk is dat er contact is tussen hem en de GI en dat een huisbezoek door de GI dient plaats te vinden in de woning waarin de vader verblijft, zodat een veiligheidstaxatie kan worden gemaakt.
De GI heeft voortvarend gehandeld, door reeds op 11 januari 2023 een afspraak met de vader in te plannen. Op die afspraak is de vader niet verschenen.
Daarna heeft de GI meerdere keren contact opgenomen met de vader om opnieuw een afspraak in te plannen, maar de vader heeft daar steeds niet op gereageerd. Pas op 20 april 2023 heeft een gesprek plaatsgevonden en kon een afspraak worden gemaakt voor een huisbezoek op 11 mei aanstaande.
Door deze opstelling en handelswijze van de vader heeft de GI maandenlang haar werk niet kunnen doen en is er tot de dag van vandaag geen zicht op de thuissituatie van de vader.
De vader heeft hierdoor vertraging veroorzaakt, terwijl hij de kinderen momenteel niet ziet.
Ter zitting heeft de vader verklaard dat hij wil meewerken met de GI. Gelet op het voorgaande dient zijn medewerking echter te worden geborgd. Contact tussen vader en kinderen wordt in het belang van hen drieën geacht, maar daarvoor is een veiligheidstaxatie een absoluut vereiste. Niet duidelijk is geworden waarom de vader – hoewel hij zegt zijn dochters gráág te willen zien – daar niet vanaf 6 januari 2023 zelf op heeft aangedrongen. Temeer omdat inhoudelijk geen verweer is gevoerd tegen de schriftelijke aanwijzing.
Bekrachtiging daarvan wordt aldus nodig geacht, zodat het verzoek zal worden toegewezen.

De beslissing

De kinderrechter:
Bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing van 1 maart 2023.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.L. Diender, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2023, in aanwezigheid van mr. J. Leertouwer als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 6 juni 2023.