De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting om de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen te verlengen. De minderjarigen wonen bij hun vader, die sinds december 2022 het ouderlijk gezag heeft. De ondertoezichtstelling is sinds 2019 van kracht en werd voor het laatst verlengd tot 7 juni 2023.
De gecertificeerde instelling wijst erop dat contactherstel tussen de moeder en de kinderen pas kan starten wanneer de individuele therapie van de kinderen begint. Praktijk [Praktijk], die zowel begeleide omgang als individuele therapie kan bieden, heeft een wachtlijst voor therapie, waardoor het contactherstel wordt vertraagd. De GI acht het noodzakelijk dat de omgang begeleid wordt en dat de therapie gelijktijdig start om de emotionele ontwikkeling van de kinderen te ondersteunen.
Zowel de vader als de moeder stemmen in met de verlenging. De vader benadrukt het belang van begeleiding tijdens het contactherstel, terwijl de moeder haar wens uit om het contact te herstellen nu zij haar opleiding heeft afgerond en een contactpersoon kan inzetten.
De kinderrechter oordeelt dat nog steeds wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling en verlengt deze voor drie maanden tot 7 september 2023. Hiermee kan de GI de ontwikkeling van de kinderen blijven volgen en de hulpverlening voortzetten.