ECLI:NL:RBNHO:2023:4987

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 maart 2023
Publicatiedatum
31 mei 2023
Zaaknummer
10337181 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 1 RVV 1990Art. 14 WAHV
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor parkeren buiten parkeervak

Aan betrokkene is een administratieve boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op een plek waar dit niet is toegestaan, namelijk buiten een parkeervak aangegeven door bord E1 (parkeerverbod zone).

Betrokkene maakte bezwaar tegen de boete en stelde dat er geen sprake was van parkeren, maar de kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs bood. De verbalisant stelde dat betrokkene het voertuig had stilgezet buiten een parkeervak en vervolgens wegliep, zonder terug te keren voor een verklaring.

De kantonrechter verwierp het verweer dat sprake was van een voortgezette handeling en matigde de boete niet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens wees de kantonrechter het verzoek om vergoeding van proceskosten af omdat het beroep ongegrond was.

De uitspraak werd gedaan op 31 maart 2023 door kantonrechter D.D.M. Hazeu in Alkmaar. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren buiten een parkeervak wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10337181 \ WM VERZ 23-96
CJIB-nummer : 247247039
Uitspraakdatum : 31 maart 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Boete.nu (M.J.M. Bergers)

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 31 maart 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
1.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
1.4.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod (szone)).
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.
De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is het volgende vermeld:
“(…) Wij zijn vervolgens weer achter [ ] aangereden en gaven hem een stopteken door middel van een verlicht transparant met het woord “stop” wat aan de voorzijde van het voertuig was aangebracht. Wij zagen dat [ ] stopte en zijn auto niet in een parkeervak parkeerde. (…) Ik zag dat [ ] wegliep en niet meer terug naar ons toe kwam voor een verklaring. (…)”
Gemachtigde stelt dat uit de aanvullende verklaring van de verbalisant blijkt dat er in het geheel geen sprake was van parkeren. De kantonrechter volgt dit verweer niet. De kantonrechter overweegt daartoe dat in artikel 1 van Pro het RVV 1990 onder parkeren verstaat: “het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.”. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt namelijk dat betrokkene wegliep van het voertuig, het voertuig heeft laten staan buiten een parkeervak en niet meer terugkwam om een verklaring af te geven. Dat betrokkene direct gevolg heeft gegeven aan het stopteken en het voertuig tot stilstand heeft gebracht was voor de verbalisant niet de reden om de boete op te leggen. Het verweer dat er sprake zou zijn van een voortgezette handeling volgt de kantonrechter evenmin, omdat er sprake is van twee afzonderlijke gedragingen. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
2.4.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: