Eiseres, werkzaam bij de politie sinds 2016 in een functie gewaardeerd in salarisschaal 5, heeft op 26 januari 2021 een aanvraag ingediend om geplaatst te worden in een hogere functie (schaal 7) op grond van de Regeling aanvraag plaatsing op een andere dan de ambtenaar opgedragen functie (RAAF). Verweerder heeft deze aanvraag op 24 december 2021 afgewezen en is bij dit besluit gebleven na bezwaar van eiseres.
De rechtbank heeft het beroep op 6 februari 2023 behandeld en beoordeelt dat de toetsingsmaatstaf van de RAAF correct is toegepast. Volgens de RAAF is sprake van wezenlijk afwijken wanneer de feitelijke werkzaamheden in overwegende mate voldoen aan de niveaubepalende elementen van een andere functie binnen het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP). Eiseres heeft niet aangetoond dat haar werkzaamheden aan deze eis voldoen.
Eiseres voerde aan dat de RAAF-regeling tekortschiet omdat zij taken verricht die niet binnen de bestaande functies passen, en dat dit leidt tot ongelijkheid in beloning. Ook stelde zij dat het gelijkheidsbeginsel en de hardheidsclausule toegepast zouden moeten worden. De rechtbank oordeelt dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden omdat geen vergelijkbare collega in een andere functie is geplaatst en dat de hardheidsclausule slechts restrictief kan worden toegepast op bijzondere onbillijkheden die hier niet aanwezig zijn.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het terugvorderen van griffierecht af en kent geen proceskostenvergoeding toe. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland op 28 maart 2023.