ECLI:NL:RBNHO:2023:482

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 januari 2023
Publicatiedatum
24 januari 2023
Zaaknummer
10259188 CV EXPL 22-7523
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 3:39 BWArt. 22 RvArt. 139 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis inzake schriftelijkheidsvereiste bij overeenkomst op afstand levering energie

In deze zaak heeft Innova Energie B.V. de gedaagde partij gedagvaard wegens niet-nakoming van een overeenkomst tot levering van gas en elektriciteit, die via een tussenpersoon tot stand zou zijn gekomen. De gedaagde partij is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De eisende partij vordert betaling van openstaande bedragen en wettelijke rente.

De kern van het geschil betreft de vraag of aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 6:230v lid 6 BW is voldaan, dat geldt voor overeenkomsten op afstand waarbij de consument telefonisch is benaderd. De eisende partij heeft een kopie van het belscript en de leveringsovereenkomst overgelegd, maar de kantonrechter constateert dat essentiële bewijsstukken ontbreken, zoals de zogenaamde 'aanvaarding button' en de e-mailheader, waardoor niet kan worden vastgesteld dat het schriftelijke aanbod daadwerkelijk aan de consument is toegezonden en aanvaard.

De rechtbank beveelt de eisende partij om binnen een gestelde termijn nadere, met stukken onderbouwde toelichting te geven over de wijze waarop zij meent te hebben voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste. Tot die tijd wordt iedere verdere beslissing aangehouden. Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.M. Kruithof en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De eisende partij wordt opgedragen nadere toelichting te geven op de naleving van het schriftelijkheidsvereiste, verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10259188 CV EXPL 22-7523
Uitspraakdatum: 25 januari 2023
Verstekvonnis in de zaak van:
de besloten vennootschap
Innova Energie B.V.
gevestigd te Delft
de eisende partij
gemachtigde: B.E.J. Caminada
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij heeft gevorderd de gedaagde partij, primair of subsidiair of meer subsidiair, te veroordelen tot betaling van € 693,81, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 579,41 vanaf 15 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
2.2.
De eisende partij heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij via een tussenpersoon (Nutselect) met de gedaagde partij een overeenkomst tot de levering van gas en elektriciteit (hierna: de overeenkomst) heeft gesloten voor een periode van drie jaar. De gedaagde partij heeft volgens de eisende partij de overeenkomst vroegtijdig opgezegd. De eisende partij stelt ook dat de gedaagde partij met tijdige en/of volledige betaling van de voorschotten en/of afrekeningen in gebreke is gebleven.
2.3.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.4.
De eisende partij heeft bij de dagvaarding een kopie van het belscript en de leveringsovereenkomst overgelegd, voorzien van een toelichting. De kantonrechter zal in het eindvonnis beoordelen of hieruit voldoende blijkt dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m en de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW.
2.5.
In artikel 6:230v lid 6 BW is bepaald dat overeenkomsten op afstand tot het geregeld leveren van gas, water, elektriciteit of stadsverwarming schriftelijk moeten worden aangegaan als de consument telefonisch is benaderd door de handelaar. Aan dit vereiste is voldaan wanneer de handelaar een aanbod tot het aangaan van een overeenkomst in schriftelijke vorm opstelt en aan de consument toestuurt. De aanvaarding van een consument zal (doorgaans) blijken uit de ondertekening van de overeenkomst. De handelaar kan de overeenkomst ook per e-mail naar de consument sturen, waaraan de consument dan schriftelijk of per e-mail zijn instemming moet geven. Als de overeenkomst niet schriftelijk is aangegaan is deze op grond van artikel 3:39 BW Pro nietig.
2.6.
De eisende partij heeft gesteld dat zij naar aanleiding van het telefoongesprek per e-mail een schriftelijk aanbod tot het aangaan van een overeenkomst aan de gedaagde partij heeft verzonden. Nadat het schriftelijke aanbod is gedaan, heeft de gedaagde partij het aanbod aanvaard door op de ‘aanvaarding button’ in de e-mail te klikken, aldus de eisende partij. De kantonrechter overweegt als volgt. De eisende partij heeft weliswaar gesteld dat zij als productie 2 bij dagvaarding een kopie van het schriftelijk gedane aanbod heeft overgelegd, maar de ‘aanvaarding button’ ontbreekt. Zonder deze ‘aanvaarding button’ kan de kantonrechter niet vaststellen dat de gedaagde partij akkoord is gegaan met het aanbod. Bovendien ontbreekt de zogenaamde ‘header’ zodat niet kan worden vastgesteld dat het aanbod daadwerkelijk aan de gedaagde partij is toegezonden.
2.7.
De eisende partij wordt opgedragen een nadere, met stukken onderbouwde toelichting te geven op de wijze waarop zij meent te hebben voldaan aan artikel 6:230v lid 6 BW. Indien de eisende partij daaraan niet of niet volledig voldoet, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Rv de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
2.8.
Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van het geding aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
beveelt de eisende partij om bij akte op de rol van
22 februari 2023de stellingen in de dagvaarding nader toe te lichten door de inlichtingen te verstrekken zoals hiervoor is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter