ECLI:NL:RBNHO:2023:4505

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 mei 2023
Publicatiedatum
15 mei 2023
Zaaknummer
HAA 22/3844
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na toekenning Ziektewet-uitkering door UWV

Verzoeker had bij het UWV een Ziektewet-uitkering aangevraagd die aanvankelijk werd geweigerd omdat verzoeker geschikt werd geacht voor andere functies. Na bezwaar bleef het UWV bij haar standpunt en verklaarde het bezwaar ongegrond. Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank. Naar aanleiding van een vraag van de rechtbank heeft het UWV het bezwaar heroverwogen en het bestreden besluit gewijzigd door alsnog de Ziektewet-uitkering toe te kennen.

Hierdoor trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Het UWV stemde hiermee in. De rechtbank stelde vast dat het UWV aan het beroep tegemoet was gekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten voor rechtsbijstand, vastgesteld op € 837,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden. De uitspraak werd gedaan door rechter M.A. Broekhuis op 10 mei 2023.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ten bedrage van € 837,-.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Inloopteam bestuursrecht
zaaknummer: HAA 22/3844

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. M.I. Bal),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(hierna: het UWV), verweerder
(gemachtigde: R. Roos).

Procesverloop

Met het besluit van 15 maart 2022 (het primaire besluit) heeft het UWV geweigerd verzoeker per 25 januari 2022 een Ziektewet (ZW) uitkering toe te kennen, omdat verzoeker geschikt is voor ten minste een van de in het kader van de WIA [1] -beoordeling geduide functies.
Met het besluit van 10 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Naar aanleiding van een vraag van de rechtbank heeft het UWV na heronderzoek een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Met het besluit van 13 maart 2023 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd en (de rechtbank begrijpt) verzoeker alsnog een ZW-uitkering toegekend.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Het UWV heeft de rechtbank medegedeeld akkoord te gaan met een veroordeling tot vergoeding van proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Met (stilzwijgende) toestemming van partijen is een zitting achterwege gebleven. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is het UWV tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker.
3. Verzoeker verzoekt om vergoeding van de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
4. De rechtbank veroordeelt het UWV in de door verzoeker gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt de kosten voor rechtsbijstand door een gemachtigde met toepassing van het Bpb vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- met een wegingsfactor 1).
5. De rechtbank wijst erop dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Verzoeker zal zich hiervoor tot het UWV moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan op 10 mei 2023 door mr. M.A. Broekhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. C.J. Kroon, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.