ECLI:NL:RBNHO:2023:3876
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid EU-verordening op vluchtannulering na Brexit
Passagiers vorderen restitutie van ticketkosten wegens annulering van vluchten uitgevoerd door British Airways Plc, een luchtvaartmaatschappij gevestigd in het Verenigd Koninkrijk. De vluchten betroffen trajecten van en naar Lagos, Amsterdam, Heathrow en Boston, waarbij enkele vluchten na het einde van de Brexit-overgangsperiode op 31 december 2020 waren geannuleerd.
De passagiers baseren hun vordering op Verordening (EG) nr. 261/2004, die compensatie en bijstand regelt bij annulering van vluchten binnen de EU. De vervoerder betwist de vordering, stellende dat passagier 1 heeft gekozen voor een voucher en passagiers 2 en 3 reeds restitutie ontvingen.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is, maar oordeelt voorlopig dat de Verordening niet van toepassing is op de vlucht van passagier 1 omdat de vertrekplaats Lagos buiten de EU ligt en British Airways na de Brexit-overgangsperiode niet meer als communautaire luchtvaartmaatschappij geldt.
De kantonrechter geeft partijen de gelegenheid om zich over dit voorlopige oordeel uit te laten en houdt verdere beslissing aan. Het vonnis is gewezen door kantonrechter S.N. Schipper op 12 april 2023.
Uitkomst: De kantonrechter houdt de beslissing aan en stelt partijen in de gelegenheid te reageren op het voorlopige oordeel dat de EU-verordening niet van toepassing is.