ECLI:NL:RBNHO:2023:3473

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 april 2023
Publicatiedatum
14 april 2023
Zaaknummer
C/15/337263 / FA RK 23-933
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg ondanks ontbreken persoonlijk psychiatrisch onderzoek

De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie, een stoornis in het middelengebruik en een licht verstandelijke beperking.

Betrokkene werd niet persoonlijk onderzocht door de onafhankelijke psychiater, wat normaal gesproken een vereiste is. De psychiater had betrokkene tweemaal uitgenodigd voor een onderzoek, maar betrokkene verscheen niet, wat volgens de psychiater past binnen zijn pathologie. De rechtbank oordeelde dat de psychiater voldoende inspanningen had geleverd en dat de medische verklaring daarom gebruikt kon worden.

Uit de stukken en de zitting bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornissen, waaronder lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven voor verplichte zorg. De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk en evenredig en verleende de zorgmachtiging voor de duur van zes maanden, met diverse vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening en bewegingsbeperkingen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgvormen ondanks het ontbreken van persoonlijk psychiatrisch onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Haarlem
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
zaak-/rekestnr.: C/15/337263 / FA RK 23-933
beschikking van de enkelvoudige kamer van 4 april 2023,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] , [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. E.H. van den Pol, gevestigd te Purmerend

1.Procedure

1.1.
Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 maart 2023, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring van 22 februari 2023;
  • het zorgplan van 22 februari 2023;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur van 2 maart 2023;
  • een overzicht van eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 april 2023, in de woning van betrokkene.
1.4.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [sociaal psychiatrisch verpleegkundige] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige, Parnassia.
1.5.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Beoordeling

2.1.1.
Namens betrokkene is gesteld dat het verzoek niet aan de eisen van de wet voldoet, nu de medische verklaring ten onrechte is afgegeven. Betrokkene is niet face-to-face door een psychiater gezien, terwijl dit conform jurisprudentie van de Hoge Raad wel vereist is. Dat betrokkene tweemaal niet op het gesprek met de psychiater is verschenen past in zijn
ziektebeeld. De psychiater had betrokkene in zijn woning moeten opzoeken. Er is onvoldoende gedaan om betrokkene in persoon te spreken. De informatie in de medische verklaring is daarom niet actueel. Verzocht wordt het verzoek af te wijzen.
2.1.2.
De rechtbank overweegt als volgt. Het uitgangspunt is dat een betrokkene persoonlijk door een onafhankelijke psychiater wordt onderzocht. De psychiater moet de nodige moeite doen om dit onderzoek te verrichten. Afwijken van de hoofdregel is mogelijk in uitzonderingsgevallen. In het onderhavige geval is daarvan sprake. Tijdens de zitting is voldoende gebleken dat zowel betrokkene als zijn moeder niet instemden met een bezoek aan betrokkene in de woning van zijn moeder, waar hij op dat moment verbleef. Betrokkene is vervolgens tweemaal uitgenodigd voor een bezoek aan de instelling. Hij heeft hiervan, ondanks telefonische herinneringen en tekstberichten, geen gebruik willen maken. Bij de eerste keer meldde hij dat hij zich had verslapen en geen zin had om alsnog te komen. De tweede keer werd hij in de ochtend herinnerd aan de afspraak, maar verscheen hij opnieuw niet. Hij nam de telefoon niet op. Volgens de psychiater was dit te verwachten vanuit de pathologie en is vanwege de duidelijkheid van de pathologie en de onveranderbaarheid daarvan de verklaring opgemaakt zonder betrokkene in persoon te spreken of te zien.
2.1.3.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de psychiater voldoende heeft gedaan om betrokkene te spreken. Hij heeft datgene gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht mocht worden. Daarbij volgt uit de medische verklaring dat de psychiater genoeg informatie heeft ingewonnen zodat sprake is van een zorgvuldig onderzoek. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen en de rechtbank zal de medische verklaring gebruiken voor de te nemen beslissing.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten: schizofrenie, stoornis in het gebruik van middelen en een licht verstandelijke beperking.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er door voornoemde stoornis ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige verwaarlozing;
  • maatschappelijke teloorgang.
2.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5.
De sociaal psychiatrisch verpleegkundige heeft verklaard dat betrokkene meerdere terugvallen heeft gehad. Als betrokkene geen medicatie gebruikt raakt hij uit contact met de hulpverlening. Zonder medicatie is de kans op een terugval groot. Betrokkene is ambivalent in het accepteren van zorg. Een zorgmachtiging is nodig om betrokkene steviger te maken. Hij is kwetsbaar voor psychoses, ook vanwege zijn middelengebruik.
2.6.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Hoewel betrokkene van mening is dat een zorgmachtiging niet nodig is omdat hij geen last heeft van psychoses en daarom ook zonder medicatie stabiel zal blijven, volgt uit de medische verklaring en de toelichting van de sociaal psychiatrisch verpleegkundige dat betrokkene een beperkt ziekte-inzicht heeft. Zonder zorgmachtiging zal betrokkene stoppen
met zijn medicatie en is een ernstige terugval te verwachten.
Om die reden is verplichte zorg nodig. Op grond van de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, acht de rechtbank gedurende de hele looptijd van de zorgmachtiging de volgende vormen van verplichte zorg nodig:
- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Uit de overgelegde stukken maakt de rechtbank op dat slechts in het geval dat betrokkene ernstig (psychotisch) ontregelt, wordt overgegaan tot opname en de daarbij behorende vormen van verplichte zorg.
Indien dat het geval is en het ernstig nadeel niet langer kan worden afgewend door middel van de hiervoor vermelde vormen van verplichte zorg, worden gedurende de hele looptijd van de zorgmachtiging ook de volgende vormen van verplichte zorg nodig geacht:
- het beperken van bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen (ten tijde van behandeling van de verslaving of tijdens opname);
- opnemen in een accommodatie (in geval van psychose).
2.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief.
2.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, en geldt aldus tot en met 4 oktober 2023.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] , [plaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.6 is vermeld, alles voor de volledige duur van de zorgmachtiging, tenzij onder 2.6 een kortere duur is vermeld.
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
4 oktober 2023.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Beek, rechter, in tegenwoordigheid van mr. N. van Lede-Terhaar sive Droste als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2023.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 april 2023.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.