ECLI:NL:RBNHO:2023:3449

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 maart 2023
Publicatiedatum
14 april 2023
Zaaknummer
9687540 \ CV EXPL 22-956
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 1 sub c onder i Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 5 lid 4 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering compensatie wegens tijdige annulering vlucht volgens EU-verordening

AirHelp vordert compensatie namens passagiers wegens annulering van vlucht PC1254 van Amsterdam naar Istanbul op 5 mei 2021. De passagiers hadden een vervoersovereenkomst met de vervoerder, die de vlucht annuleerde. AirHelp stelt dat de vervoerder niet tijdig heeft geïnformeerd en baseert de vordering op EU-Verordening 261/2004.

De vervoerder betwist dit en voert aan dat de passagiers op 18 april 2021 per e-mail en SMS zijn geïnformeerd, meer dan veertien dagen voor de vlucht. De vervoerder overlegt bewijsstukken, waaronder het e-mailbericht met de inhoud van de annulering. AirHelp betwist de tijdigheid van de kennisgeving.

De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder aan zijn bewijslast heeft voldaan en dat de passagiers tijdig zijn geïnformeerd. Hierdoor komt de vervoerder een beroep toe op artikel 5 lid 1 sub c onder Pro i van de Verordening, waardoor de vordering wordt afgewezen. AirHelp wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten.

Uitkomst: De vordering van AirHelp wordt afgewezen omdat de vervoerder tijdig heeft geïnformeerd over de annulering van de vlucht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9687540 \ CV EXPL 22-956
Uitspraakdatum: 29 maart 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
eiseres
hierna te noemen AirHelp
gemachtigde mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Pegasus Hava Tasimaciligi Anonim Sirketi
gevestigd te Istanbul (Turkije) en kantoorhoudende te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen de vervoerder
gemachtigde P. Frühling

1.Het procesverloop

1.1.
AirHelp heeft bij dagvaarding van 20 januari 2022 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
AirHelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. AirHelp heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen akte uitlating producties meer genomen.

2.De feiten

2.1.
[passagier 1] , [passagier 2] , [passagier 3] en [passagier 4] (hierna te noemen: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Sabiha Gokcen (Istanbul, Turkije) naar Erbil International Airport (Irak) op 5 mei 2021.
2.2.
Vlucht PC1254 van Amsterdam-Schiphol Airport naar Sabiha Gokcen (hierna: de vlucht) is geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben hun vermeende vordering overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde annulering.
2.5.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.De vordering en het verweer

3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 2.400,00.
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In deze zaak speelt de vraag of de passagiers door de vervoerder tijdig zijn ingelicht over de annulering van de vlucht. De kantonrechter stelt voorop dat ingevolge artikel 5 lid 4 van Pro de Verordening de bewijslast inzake het al of niet melden van de annulering van de vlucht aan de passagiers en het tijdstip waarop dat is geschied, bij de vervoerder ligt.
4.3.
De vervoerder heeft aangevoerd dat hij de passagiers op 18 april 2021 per e-mail (e-mailadres [e-mailadres] ) en per SMS heeft geïnformeerd over de annulering. De passagiers waren aldus tijdig, meer dan veertien dagen voor vertrek, van de annulering op de hoogte. Ter onderbouwing heeft de vervoerder als productie één en twee bij antwoord het e-mailbericht en het SMS-bericht overgelegd. AirHelp betwist het voornoemde en stelt dat de passagiers (pas) op het vliegveld, op 5 mei 2021, zijn geïnformeerd over de annulering van de vlucht. Ook blijkt volgens AirHelp uit de overgelegde stukken nergens uit dat de passagiers (tijdig) zijn geïnformeerd over de annulering. De inhoud van de berichten is niet getoond. Bij dupliek heeft de vervoerder alsnog de inhoud van het e-mailbericht van 18 april 2021 getoond. Uit het mailbericht volgt onder meer: “
05.05.2021 Amsterdam-Instanbul PC1254 flight has been cancelled. Please enter the url [url] for open ticket, change or canceled.”AirHelp is nog in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren, maar heeft dit nagelaten.
4.4.
De vervoerder heeft hiermee voldoende toegelicht en onderbouwd dat hij de passagiers meer dan veertien dagen voor de vlucht heeft geïnformeerd over de annulering. Aan de vervoerder komt dan ook een beroep toe op artikel 5 lid 1 sub c onder Pro i van de Verordening. De conclusie is dat de vordering van AirHelp zal dan ook worden afgewezen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van AirHelp, omdat zij ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van AirHelp, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 398‬,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 99,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
5.3.
verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter