ECLI:NL:RBNHO:2023:3166

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 maart 2023
Publicatiedatum
7 april 2023
Zaaknummer
10300861 \ WM VERZ 23-166
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden

Betrokkene is een administratieve boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Tegen deze boete is beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens is beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 10 maart 2023 verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was niet aanwezig. De kantonrechter oordeelde dat uit het dossier voldoende blijkt dat betrokkene de overtreding heeft begaan. De verbalisant verklaarde dat hij betrokkene met een zwarte telefoon tegen haar oor zag rijden.

Betrokkene gaf inconsistenties in haar verklaringen, onder meer over de locatie van de telefoon en handsfree set. Ook de stelling dat zij aan een korstje aan het oor pulkte, ondersteund door getuigenverklaringen, leidde niet tot twijfel aan de verklaring van de verbalisant. De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10300861 \ WM VERZ 23-166
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 10 maart 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [naam]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [gemachtigde]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Namens betrokkene is daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is namens betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 maart 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens betrokkene is niemand verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Zo heeft de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal van 7 april 2022 het volgende verklaard:
“(..) Ik zag dat de bestuurster, dit voertuig bestuurde en in haar linkerhand een zwart kleurige telefoon vast hield en deze telefoon tegen haar linkeroor hield. Ik had direct zicht op de bestuurster en de telefoon die zijn tegen haar oor hield. (..)”
Bovendien is de kantonrechter het met de vertegenwoordiger van de officier van justitie eens dat betrokkene inconsistent is in haar verklaring over het gebeurde. Zo is namens betrokkene aangegeven dat de mobiele telefoon in de handtas van betrokkene zat (beroepschrift aan de officier van justitie van 15 december 2021), dat de handsfree set in de tas op de stoel lag (hoorverslag van 7 maart 2022), en ook dat haar telefoon in haar tas lag, op luidspreker, en dat de tas niet op de bijrijdersstoel lag, maar op de grond.
Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De omstandigheid dat betrokkene een korstje aan het oor had, en dat zij – ook volgens twee getuigenverklaringen – aan moet hebben gepulkt en dat de verbalisant dit voor het vasthouden van een mobiele telefoon moet hebben aangezien, geven ook geen aanleiding om te oordelen dat de boete ten onrechte aan betrokkene is opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Hierdoor is er geen aanleiding voor het vaststellen van een proceskostenvergoeding.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P.E. Oomens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: