ECLI:NL:RBNHO:2023:2964

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 maart 2023
Publicatiedatum
31 maart 2023
Zaaknummer
9917070 \ CV EXPL 22-3345
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervoerder aansprakelijk voor vertraging vlucht en compensatieplicht

De passagiers sloten een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Amsterdam via Istanbul naar Lahore op 8 januari 2022. De vlucht van Istanbul naar Lahore was meer dan drie uur vertraagd, waardoor de passagiers laat aankwamen. De passagiers droegen hun vordering over aan AirHelp, die compensatie eiste op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.

De vervoerder verweerde zich met het beroep op buitengewone omstandigheden vanwege slechte weersomstandigheden in Istanbul, ondersteund door vluchtrapporten en meteorologische gegevens. De rechtbank oordeelde dat hoewel mogelijk sprake was van buitengewone omstandigheden, de vervoerder niet heeft aangetoond dat alle redelijke maatregelen waren genomen om de vertraging te voorkomen of te beperken.

Daarom werd de vervoerder veroordeeld tot betaling van €1.200 aan AirHelp, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van de vlucht. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van AirHelp toegewezen. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vervoerder is veroordeeld tot betaling van €1.200 compensatie en proceskosten wegens vertraging van meer dan drie uur.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9917070 \ CV EXPL 22-3345
Uitspraakdatum: 22 maart 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen AirHelp
gemachtigde mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Turk Havayollari A.O.
gevestigd te Ankara (Turkije) en kantoorhoudende te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen de vervoerder
gemachtigde mr. H. Bulut-Yazir

1.Het procesverloop

1.1.
AirHelp heeft bij dagvaarding van 23 mei 2022 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
AirHelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
[passagier 1] en [passagier 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Istanbul Havalimani Airport (Turkije) naar Lahore Airport (Pakistan) op 8 januari 2022.
2.2.
Vlucht TK714 van Istanbul Havalimani Airport naar Lahore Airport (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd waardoor de passagiers meer dan drie uur later zijn aangekomen op Lahore Airport.
2.3.
De passagiers hebben hun vermeende vordering overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
2.5.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.De vordering en het verweer

3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 1.200,00.
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de overeengekomen eindbestemming zijn aangekomen, zodat er in beginsel een compensatieplicht geldt voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden en dat de vertraging, ondanks het treffen van redelijke maatregelen, niet voorkomen had kunnen worden.
4.3.
De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden en heeft daartoe aangevoerd dat de vlucht vertraagd is uitgevoerd vanwege de slechte weersomstandigheden te Istanbul. Door de slechte weersomstandigheden kon het toestel, vanwege de vliegveiligheid, pas om 03:45 uur UTC vertrekken en om 09:27 uur UTC landen in Lahore. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder naar het vluchtrapport, naar het TAF- en het METAR-rapport.
4.4.
Wat er ook zij van eventuele buitengewone omstandigheden, niet gebleken is dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder heeft de stelling van AirHelp dat niet alle redelijke maatregelen zijn genomen om de vertraging te voorkomen dan wel te bespreken niet weersproken, zodat dit is vast komen te staan.
4.5.
Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de passagiers te compenseren in verband met de vertraging op de eindbestemming. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 1.200,00. De gevorderde wettelijke rente is niet weersproken en zal daarom worden toegewezen over de toe te wijzen hoofdsom vanaf 8 januari 2022.
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoeder, omdat hij ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 januari 2022 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 125,03;
griffierecht € 322,00;
salaris gemachtigde € 264,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter