Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.de (ontbonden) vennootschap onder firma [eiser 2],
[eiser 1],
1.Het procesverloop
2.Feiten
(…) 1.3 De overdracht (…) is effectief per 1 juli 2020.
Rechtbank Noord-Holland
De kantonrechter behandelt een zaak tussen de voormalige vennootschap onder firma [eiser 2] c.s. en [gedaagde] over een teruggave van energiekosten van Essent.
[eiser 2] c.s. vordert betaling van een bedrag dat zij stellen onterecht door [gedaagde] te zijn ontvangen, omdat zij grotendeels de voorschotten voor energie en gas hebben betaald over de periode waarop de teruggave ziet. [gedaagde] betwist dit en voert aan dat hij de winkel langer heeft geëxploiteerd en de kosten heeft betaald.
De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] de winkel slechts van 1 juli tot 20 oktober 2020 exploiteerde en slechts drie van de elf voorschottermijnen heeft betaald. De teruggave van Essent is volledig aan [gedaagde] betaald, waardoor hij ongerechtvaardigd is verrijkt met het deel dat toekomt aan [eiser 2] c.s. Het beroep op verrekening wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De vordering wordt grotendeels toegewezen, inclusief wettelijke rente en een forfaitaire vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Proceskosten en nasalaris worden eveneens aan [gedaagde] opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.421,85 plus wettelijke rente en proceskosten wegens ongerechtvaardigde verrijking.