ECLI:NL:RBNHO:2023:2808

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 maart 2023
Publicatiedatum
29 maart 2023
Zaaknummer
10279286 \ WM VERZ 23-28
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring administratieve boete wegens termijnoverschrijding afgewezen

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het rijden van 5 km per uur te hard binnen de bebouwde kom. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter.

De kantonrechter behandelde de zaak op zitting waarbij de officier van justitie aanwezig was, maar betrokkene niet. Betrokkene voerde aan dat hij in de relevante periode in het buitenland verbleef, maar gaf geen sluitende verklaring voor de overschrijding van de beroepstermijn van zes weken zoals voorgeschreven in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De kantonrechter oordeelde dat betrokkene zelf verantwoordelijk is voor het ontvangen van zijn post, ook tijdens verblijf in het buitenland. De termijnoverschrijding is daarom niet verschoonbaar volgens artikel 6:11 Awb Pro. Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard, waardoor niet is toegekomen aan inhoudelijke behandeling van de boete.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de administratieve boete wegens termijnoverschrijding is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10279286 \ WM VERZ 23-28
CJIB-nummer : 224830678
Uitspraakdatum : 1 maart 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 februari 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 5 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene heeft het beroep bij de officier van justitie te laat ingesteld. Volgens artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Het beroep is door betrokkene ingesteld op 16 november 2021 (poststempel), terwijl dat beroep uiterlijk op 21 juni 2019 ontvangen had moeten zijn. Betrokkene stelt dat hij in de voor deze zaak relevante periode in het buitenland verbleef. De kantonrechter overweegt dat betrokkene in het beroep bij de kantonrechter geen sluitende verklaring geeft voor de termijnoverschrijding en dat betrokkene er bij afwezigheid zelf voor moet zorgen dat zijn post hem bereikt. Dat betrokkene dit niet heeft gedaan dient dan ook voor zijn eigen rekening en risico te blijven.
De overschrijding van de beroepstermijn is daarom naar het oordeel van de kantonrechter niet verschoonbaar in de zin van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De officier van justitie heeft het beroep van betrokkene bij de officier dus terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, zodat niet is toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van de zaak.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: