Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
- de moeder;
- [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (GI) om vervangende toestemming te verkrijgen voor een DKTP-vaccinatie van een bijna vierjarige minderjarige. De vader weigert toestemming te geven vanwege zijn overtuiging dat het vaccin giftig is, terwijl de moeder en GI het belang van vaccinatie benadrukken.
De kinderrechter overweegt dat het verzoek niet kan worden getoetst aan het criterium van artikel 1:265h BW, omdat niet is vastgesteld dat de vaccinatie noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van het kind af te wenden. Daarom wordt het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 1:253a BW, dat geschillen tussen ouders over gezag en medische behandeling aan de rechter voorlegt.
De moeder heeft gemotiveerd verklaard dat vaccinatie in het belang van het kind is en dat eerdere vaccinaties zonder bijwerkingen zijn verlopen. De vader heeft zijn standpunt niet nader onderbouwd. De kinderrechter concludeert dat deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma in het belang van het kind is en verleent vervangende toestemming voor de DKTP-vaccinatie. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.
Uitkomst: Vervangende toestemming verleend voor DKTP-vaccinatie van minderjarige ondanks weigering vader.