Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
8.Beslissing
30 (dertig) MAANDEN.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft op 9 maart 2023 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die samen met anderen op 22 november 2022 op Schiphol een hoeveelheid metamfetamine invoerde.
De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet. Uit het bewijs, waaronder WhatsApp-berichten en verklaringen, bleek dat de verdachte en haar medeverdachten nauw samenwerkten en koffers met metamfetamine vervoerden. De verdachte had voorwaardelijk opzet omdat zij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat haar koffer drugs bevatte.
Hoewel de totale hoeveelheid ruim 10.000 gram bedroeg, hield de rechtbank rekening met het nettogewicht van ruim 3 kilogram dat bij de verdachte werd aangetroffen en haar jeugdige naïviteit. De rechtbank veroordeelde haar tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van hetgeen meer of anders was ten laste gelegd dan bewezen verklaard. De straf is gebaseerd op de richtlijnen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor medeplegen invoer metamfetamine met inachtneming van jeugdige naïviteit.