ECLI:NL:RBNHO:2023:2286

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
15 maart 2023
Zaaknummer
10300534 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete voor parkeren zonder vergunning op vergunninghoudersparkeerplaats

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder de vereiste vergunning of bezoekersschijf. Betrokkene erkende de overtreding, maar voerde aan dat er sprake was van laden en lossen. De kantonrechter oordeelde dat laden en lossen niet van toepassing was omdat betrokkene zich binnen in huis bevond en niet onmiddellijk nabij het voertuig was.

De kantonrechter stelde vast dat betrokkene een vergunning of bezoekersschijf had moeten tonen en dat het niet naleven hiervan voor zijn eigen risico kwam. Desondanks zag de kantonrechter aanleiding om de boete te matigen tot €50,00, met handhaving van de administratiekosten, vanwege de specifieke omstandigheden van het geval.

Het beroep werd daardoor gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd. Tevens werd bepaald dat het reeds betaalde bedrag als zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending.

Uitkomst: De boete voor het parkeren zonder vergunning is gematigd tot €50,00 met handhaving van administratiekosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10300534 \ WM VERZ 23-37
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 21 februari 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 februari 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voertuig parkeren op parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene heeft de gedraging erkend, zodat deze is komen vast te staan. Betrokkene doet een beroep op de omstandigheden van het geval en stelt dat er sprake was van laden en lossen. Van laden en lossen was naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. Dit moet namelijk onmiddellijk en in de nabijheid van het voertuig. Betrokkene was in huis bij zijn zus om boodschappen uit te laden, dit valt niet onder laden en lossen. Betrokkene had dan ook een vergunning of bezoekersschijf moeten neer leggen. Dat betrokkene dit niet heeft gedaan komt op zichzelf dan ook voor zijn risico.
De kantonrechter ziet echter wel in de omstandigheden van dit specifieke geval aanleiding om de boete te matigen tot € 50,00, met handhaving van de administratiekosten. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 50,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: