ECLI:NL:RBNHO:2023:1886

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 februari 2023
Publicatiedatum
3 maart 2023
Zaaknummer
8097995 \ CV EXPL 19-15350
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 Verdrag van MontrealArt. 26 Verordening (EU) nr. 1215/2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nederlandse rechter niet bevoegd in luchtvaartvordering tegen passagier

De zaak betreft een verzetprocedure van EasyJet Airline Company Limited tegen een passagier woonachtig in Nederland. EasyJet vorderde iets bij verstek, maar de passagier betwistte de bevoegdheid van de Nederlandse rechter. In een tussenvonnis kreeg de passagier gelegenheid om zich uit te laten over de rechterlijke bevoegdheid, waarop zij reageerde met een beroep op het Redher-arrest en de vestiging van de vervoerder op Schiphol.

De kantonrechter oordeelt dat het enkele feit dat de passagier vertrok vanaf Amsterdam-Schiphol Airport en dat EasyJet een kantoor had op Schiphol niet betekent dat de vervoersovereenkomst is gesloten door de zorg van die vestiging. Er is geen onderbouwing dat het kantoor van de vervoerder op Schiphol betrokken was bij de overeenkomst. EasyJet heeft geen beroep gedaan op onbevoegdheid, maar de rechter moet dit ambtshalve toetsen.

Op grond van artikel 33, eerste lid, van het Verdrag van Montreal en artikel 26 van Pro Verordening (EU) nr. 1215/2012 is er geen aanknopingspunt voor Nederlandse rechterlijke bevoegdheid. Daarom verklaart de kantonrechter zich onbevoegd, vernietigt het verstekvonnis en veroordeelt de passagier tot betaling van proceskosten en nakosten met rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en vernietigt het verstekvonnis.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8097995 \ CV EXPL 19-15350
Uitspraakdatum: 22 februari 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Airline Company Limited
Statutair gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk)
eiser in het verzet
hierna te noemen de vervoerder
gemachtigde mr. B. Koolhaas
tegen
[de passagier]
wonende te [woonplaats]
gedaagde in het verzet
hierna te noemen de passagier
gemachtigde mr. R.A.C. Telkamp

1.Het verdere procesverloop

1.1.
In het tussenvonnis van 7 juli 2021 is de passagier in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, hetgeen zij bij akte van 11 mei 2022 heeft gedaan. De vervoerder heeft vervolgens bij akte van 7 september 2022 hierop gereageerd.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.
2.2.
In de akte heeft de passagier aangegeven dat bij de beoordeling of de Nederlandse rechter bevoegd is het Redher-arrest van belang is. In de onderhavige zaak zou de passagier vanaf Amsterdam-Schiphol Airport vertrekken waardoor een nauwe band bestaat tussen de uitvoering van de overeenkomst en de vestiging van de vervoerder welke zich destijds op de luchthaven van vertrek bevond. De toenmalige vestiging te Schiphol is aan te merken als de vestiging ‘door de zorg waarvan de overeenkomst is gesloten’, aldus de passagier. Dit betoog gaat niet op. Het enkele feit dat een nauwe band zou bestaan tussen de uitvoering van de overeenkomst en de vestiging van de vervoerder – welke zich destijds op de luchthaven van vertrek bevond -, betekent niet dat deze vestiging is aan te merken als de vestiging ‘door de zorg waarvan de overeenkomst is gesloten’. Bovendien heeft de passagier dit niet onderbouwd.
2.3.
De passagier heeft verder aangegeven dat zij is vertrokken vanaf de luchthaven van Amsterdam-Schiphol Airport. Hieruit volgt echter niet dat er vanuit het toenmalige kantoor van de vervoerder (te weten Schiphol) activiteiten met betrekking tot de tussen partijen gesloten vervoersovereenkomst hebben plaatsgevonden, dan wel dat het kantoor van de vervoerder op enige wijze bij deze vervoersovereenkomst betrokken is geweest. Gesteld noch gebleken is verder dat de website en het boekingssysteem van de vervoerder aangelegenheden zijn die het kantoor van de vervoerder te Schiphol betreffen. Ook het (enkele) feit dat dat de vervoerder een kantoor had te Schiphol, betekent niet automatisch dat de vervoersovereenkomst is gesloten door de zorg van die vestiging. Resumerend is niet vast komen te staan dat de vervoersovereenkomst is gesloten door de zorg van de vestiging van de vervoerder te Schiphol. Dat de vervoerder geen beroep heeft gedaan op de onbevoegdheid, maakt dit niet anders. De kantonrechter dient zijn bevoegdheid namelijk ambtshalve te toetsen. Gelet op het voorgaande is op basis van artikel 33, eerste lid, van het Verdrag van Montreal dan ook geen aanknopingspunt voor bevoegdheid van de Nederlandse rechter. Het Verdrag van Montreal bevat ook geen regeling als bedoeld in artikel 26 van Pro Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. De kantonrechter zal zich daarom onbevoegd verklaren. Dat brengt mee dat het verstekvonnis zal worden vernietigd.
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proces- en de nakosten is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
vernietigt het verstekvonnis van 24 juli 2019 met zaaknummer 7836301 \ CV EXPL 19-8265 en, opnieuw rechtdoende:
3.2.
verklaart zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen;
3.3.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 160‬,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 40‬,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
3.4.
verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter