ECLI:NL:RBNHO:2023:14151

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 november 2023
Publicatiedatum
19 april 2024
Zaaknummer
10682707 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen administratieve boete voor onnodig motorlawaai gegrond verklaard wegens onvoldoende toelichting staandehouding

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij werd aangevoerd dat ten onrechte niet was staande gehouden en dat het zaakoverzicht geen bewijskracht heeft.

Op de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene en zijn gemachtigde waren afwezig. De verbalisant gaf een aanvullende verklaring waarin hij meldde dat betrokkene bij het stoplicht vol gas gaf en onnodig geluid maakte, maar dat staandehouding niet mogelijk was omdat de motor te snel was om bij te houden. Tevens gaf hij aan dat hij vaak om veiligheidsredenen geen staandehouding verricht.

De rechtbank oordeelde dat deze toelichting onvoldoende was en niet specifiek op de zaak was toegespitst. Er was geen vaststelling dat staandehouding onmogelijk was. Daarom werd de boete onterecht opgelegd met toepassing van artikel 5 WAHV Pro. Het beroep werd gegrond verklaard, de boete en beslissing vernietigd, en de proceskosten van €418,50 toegewezen aan betrokkene.

Uitkomst: Het beroep tegen de administratieve boete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende toelichting op het niet staande houden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10682707 \ WM VERZ 23-588
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 3 november 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Appjection B.V. (M. Lagas)

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve boete (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 oktober 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder met een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken.
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene voert namens betrokkene aan dat er ten onrechte niet is staande gehouden. Ook heeft het zaakoverzicht geen bewijskracht.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. Op de zitting is er nog een aanvullende verklaring van de verbalisant overgelegd.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“(…) Gedragingsgegevens: Ik, verbalisant, zag dat de betrokkene stil stond bij het stoplicht richting de Tesselsebrug. De betrokkene stond vooraan en toen het verkeerslicht groen werd gaf de betrokkene vol gas en werd er hard en onnodig geluid door zijn motor geproduceerd. Ik zag ook meerdere mensen bij het verkeerslicht staan die al nee schuddend de motor hoorde en zagen wegrijden. (…) Reden geen staandehouding: De motor was te snel om deze bij te houden. (…)”
In de door de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanvullende verklaring is het volgende vermeld:
“Ik kan mij deze bekeuring niet herinneren. Vaak bij geen staande houdingen is het voor mij te onveilig om bij het voertuig te komen en kies ik dan voor mijn eigen veiligheid IPV de bekeuring. Dit is vaak dan ook de enige reden voor geen staandehouding.”
De verbalisant heeft onvoldoende toegelicht waarom er niet is staande gehouden. Ook de aanvullende verklaring is niet afdoende, omdat deze niet op de zaak is toegespitst. De verbalisant had de omstandigheden nader moeten toelichten en heeft dit niet gedaan. De kantonrechter kan niet vaststellen dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding is geweest en moet ervan worden uitgegaan dat de boete dus ten onrechte met toepassing van artikel 5 WAHV Pro is opgelegd aan betrokkene als kentekenhouder. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gedeeltelijk gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten voor de fase bij de kantonrechter worden vastgesteld op een bedrag van € 418,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 837,00).

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 418,50 en wijst de Staat aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
‒ bepaalt dat het voornoemd bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: