ECLI:NL:RBNHO:2023:14002

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 oktober 2023
Publicatiedatum
14 februari 2024
Zaaknummer
10643538 \ WM VERZ 23-467
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor vasthouden mobiel tijdens rijden ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was afwezig. De kantonrechter baseerde zich vooral op de verklaring van de verbalisant, die stelde dat betrokkene het mobiele apparaat in de rechterhand vasthield tijdens het rijden en dat een telefoon in het linker portiervak lag bij staande houding.

Betrokkene ontkende het vasthouden van de telefoon en stelde dat zij op het touchscreen van de auto een nummer zocht. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant in WAHV-zaken in beginsel voldoende bewijs vormt, tenzij betrokkene specifieke feiten aanvoert die twijfel zaaien. Een enkele ontkenning volstond niet.

Omdat betrokkene onvoldoende feiten aanvoerde om de verklaring te betwisten, werd de boete terecht opgelegd. Ook was er geen aanleiding om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak werd gedaan door kantonrechter P.J. Jansen en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10643538 \ WM VERZ 23-467
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 3 oktober 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 oktober 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene voert aan dat zij op het touchscreen van haar auto een leuk nummer aan het zoeken was toen zij een stopteken kreeg. Betrokkene stelt dat zij haar telefoon niet in haar handen had.
In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende:
“…Ik, verbalisant, …, zag dat de bestuurster tijdens het rijden een mobiele telefoon in haar rechter hand vasthield tijdens het rijden. (…) Bij de staande houding zag verbalisant (…) dat een mobiele telefoon in het linker portiervak van het voertuig lag. (…) Verklaring betrokkene: Ik had geen telefoon in mijnhand. Heeft u daar een foto van?“.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring van de verbalisant dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en/of omstandigheden aangevoerd die ertoe aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Een enkele ontkenning is niet voldoende. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: