Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De schriftelijke vordering
€ 111.463,82en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Standpunten van partijen
binnenonderzoek Ruddy:
buitenonderzoek Ruddy:
binnenhet onderzoek Ruddy bedragen derhalve:
voor zover die zijn voldaan, daarop in mindering gebracht. Deze bepaling beoogt te voorkomen dat iemand hetzelfde wederrechtelijk verkregen voordeel meermalen zou moeten terugbetalen. De in de strafzaak genomen beslissingen ten aanzien van de benadeelde partijen zijn echter nog niet onherroepelijk en deze vorderingen zijn ook nog niet voldaan. Daarmee bestaat er voor de rechtbank op dit moment geen verplichting om de in strafzaak toegewezen vorderingen in mindering te brengen. De rechtbank ziet daartoe in dit geval ook geen aanleiding. Indien het strafvonnis onherroepelijk wordt en de veroordeelde (een deel van) de vorderingen heeft voldaan, kan zij op grond van de in artikel 6:6:26, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) voorziene procedure zich tot de strafrechter wenden met het verzoek het vastgestelde bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel te wijzigen.
5.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 5.382,72en is van oordeel dat de maatregel ter ontneming van dit wederrechtelijk voordeel moet worden opgelegd.
6.Toepasselijke wettelijke bepaling
7.Beslissing
€ 5.382,72 [vijfduizenddriehonderdentweeëntachtig euro en tweeënzeventig eurocent].
€ 5.382,72ter ontneming van door haar wederrechtelijk verkregen voordeel.