Eisers en aannemer sloten in augustus 2018 overeenkomsten voor renovatie van badkamer en toiletruimte. Eisers waren ontevreden over het werk en stelden gebreken vast, waarvoor zij schadevergoeding vorderden en betaling van facturen opschortten.
Na onderzoek door deskundigen werden zes gebreken erkend, waaronder verkeerde rozetten en een defecte douchekraan. De kantonrechter oordeelde echter dat de aannemer niet in verzuim was omdat eisers ten onrechte opschorting toepasten terwijl slechts één gebrek een vergoeding van €500 rechtvaardigde.
De oplevering vond plaats op 4 februari 2019, waarna eisers redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn met diverse klachten. De kantonrechter wees de vordering tot schadevergoeding af en veroordeelde eisers tot betaling van de openstaande facturen van €4.351,33 met wettelijke rente vanaf 28 februari 2019.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke aanmaningseisen. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de aannemer.
Het vonnis bevestigt dat beperkte gebreken niet automatisch leiden tot verzuim en dat opschorting van betaling niet gerechtvaardigd is zonder voldoende grond.