ECLI:NL:RBNHO:2023:13322
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning woningbouw en detailhandel
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland behandelde op 7 december 2023 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning verleend op 13 oktober 2022 voor het realiseren van zeven woningen, een kantoorruimte en een winkelruimte aan een locatie in een Nederlandse plaats. Verzoekers, eigenaren van nabijgelegen percelen en exploitanten van een hotel, maakten bezwaar tegen deze vergunning en vroegen om schorsing tot zes weken na beslissing op het bezwaar.
De voorzieningenrechter onderzocht de gronden van verzoekers, waaronder de toetsing aan de dubbelbestemming ‘waarde-cultuurhistorie’, de vluchtroute via een steeg waarvan zij mede-eigenaar zijn, mogelijke schade aan hun panden door bouwwerkzaamheden en de parkeersituatie. Hoewel het wijzigingsplan dat de dubbelbestemming zou opheffen nog niet in werking is getreden, oordeelde de rechter dat het college de vergunning in bezwaar hieraan moet toetsen. De vermeende privaatrechtelijke belemmering voor de vluchtroute werd onvoldoende onderbouwd en de vergunninghouder had toezeggingen gedaan over het uitstellen van bouwactiviteiten na het waterdicht maken van de eerste verdieping.
De voorzieningenrechter stelde dat de civielrechtelijke schadeclaims buiten zijn bevoegdheid vallen en dat de parkeereis conform het geldende parkeerfonds kan worden afgekocht. Gezien deze overwegingen en het voorlopige karakter van het bezwaar, zag de rechter geen reden om de omgevingsvergunning te schorsen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.