ECLI:NL:RBNHO:2023:13154
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vordering afgewezen wegens uittreding uit vennootschap onder firma
Partijen zijn in juli 2021 een vennootschap onder firma (vof) aangegaan. In februari 2022 is overeengekomen dat de vof zou worden omgezet naar een eenmanszaak met eiser als eigenaar en dat gedaagde zou uittreden. Uiteindelijk is echter eiser uit de vof getreden. Eiser vordert betaling van € 4.059,52 wegens zijn uittreding, bestaande uit restant-kapitaal en vergoeding voor overname handelsnaam.
Gedaagde betwist de vordering en stelt dat er geen bedrag meer te betalen is, omdat er slechts voorbereidende werkzaamheden zijn verricht zonder daadwerkelijke zakelijke activiteiten. Ook stelt hij dat eiser de zakelijke rekening van de vof heeft leeggehaald. Eiser is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, terwijl gedaagde wel aanwezig was.
De kantonrechter oordeelt dat eiser voldoende is opgeroepen maar niet is verschenen zonder bericht van verhindering. Het verweer van gedaagde is gemotiveerd en niet weersproken. Daarom wordt de vordering afgewezen en eiser veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 50,00 ten gunste van gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot betaling wegens uittreding uit de vennootschap onder firma wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.