Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De vordering in de hoofdzaak
3.De beoordeling van de bevoegdheid van de kantonrechter
4.De beslissing
woensdag 17 januari 2024 om 10:00 uur, alwaar partijen bij advocaat dienen te verschijnen;
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres vordert vergoeding van schade van meer dan €29.000,- wegens huurderving en herstelkosten na aantreffen van een hennepkwekerij in haar woning. De vordering is gebaseerd op een tekortkoming van gedaagde in de nakoming van een overeenkomst van opdracht voor verhuurbemiddeling. Gedaagde betwist de vordering en voert een bevoegdheidsincident aan omdat de kantonrechter te Alkmaar niet bevoegd zou zijn.
De kantonrechter stelt vast dat de vordering meer dan €25.000 bedraagt en dat het geschil niet ziet op een huurovereenkomst tussen eiseres en gedaagde, maar op een overeenkomst van opdracht. Omdat de kantonrechter enkel bevoegd is bij vorderingen tot €25.000 of bij geschillen over huurovereenkomsten, is hij onbevoegd.
De zaak wordt verwezen naar de rechtbank Amsterdam sectie Handel, gelet op de woonplaats van gedaagde. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. Verder worden nadere instructies gegeven over het griffierecht na verwijzing. Het vonnis is gewezen door kantonrechter P.J. Jansen en op 13 december 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar rechtbank Amsterdam sectie Handel.