3.4Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat
[medeverdachte] op 2 december 2022 te Alkmaar, op de openbare weg,
een portemonnee (met inhoud), die toebehoorde aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door
- op die [benadeelde] af te rennen, en
- die [benadeelde] met een knipperend licht in zijn gezicht te schijnen, en
- die [benadeelde] rennend te achtervolgen en vervolgens vast te pakken, en
- die [benadeelde] met gebalde vuist te slaan, en
- tegen die [benadeelde] te schreeuwen: “Geef je geld” en/of “Ik wil je geld”, althans woorden van gelijke strekking, en
- daarbij een mes te trekken en aan die [benadeelde] te tonen,
bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 2 december 2022 te Alkmaar opzettelijk behulpzaam is geweest, door
- op de uitkijk te staan en de omgeving van de plaats delict in de gaten te houden, en
- omstanders op afstand van de plaats delict te houden door te zeggen: “Ga weg, niet mee bemoeien”, althans woorden van gelijke strekking.
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.