Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte is aanwezig en antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn:
[verdachte] ,
raadsman van de verdachteis op de zitting aanwezig mr. W.J. Morra, advocaat te Amsterdam.
De rechtbank onderbreekt het onderzoek op de zitting.
20 november 2023 om 10:00 uur in Haarlemzijn aanwezig:
toegewezen.
afgewezen.
In aanvulling daarop overweegt de rechtbank dat in deze fase van het onderzoek nog steeds een stevige verdenking tegen de verdachte bestaat dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de invoer van verdovende middelen in Nederland (feiten 1 en 3 primair). De rechtbank baseert haar oordeel op de onderzoeksbevindingen uit het einddossier. Hetgeen de verdediging ter terechtzitting heeft aangevoerd, doet daaraan niet zodanig afbreuk dat de ernstige bezwaren niet langer meer aanwezig zijn. De rechtbank acht namelijk op dit moment op basis van het thans voorliggende dossier niet evident dat slechts een veroordeling zou kunnen volgen voor het verwijt in de vorm van voorbereidingshandelingen. Hoe de inhoud en het verloop van de chatberichten uiteindelijk precies moeten worden geduid, is een vraag voorbehouden aan de zittingscombinatie die belast is met de inhoudelijke behandeling van de zaak.
Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.
onbepaalde tijden stelt de uiterste termijn waarbinnen het onderzoek op de zitting moet worden hervat op drie maanden.