Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Standpunten van partijen
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;
opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast of bevoegd met het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten.
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.Motivering van de sanctie
- de verdachte is in de afgelopen vijf jaren driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld tot vrijheidsbenemende straffen;
- de onderhavige feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging hiervan;
- gelet op het advies van de reclassering en het strafblad van de verdachte moet er ernstig rekening mee gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan;
- de veiligheid van personen en goederen eist het opleggen van de maatregel.
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
[slachtoffer 1]heeft een vordering tot schadevergoeding van € 10.246,23 ingediend tegen de verdachte wegens vermogensschade die hij als gevolg van het onder parketnummer 15-146057-23 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit kosten voor het repareren van de woning.
[slachtoffer 3]heeft een vordering tot schadevergoeding van
9.Vorderingen tot tenuitvoerlegging
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
twee (2) jaren.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van € 1.616,56 (zegge: duizend zeshonderdzestien euro en zesenvijftig cent), als vergoeding voor de vermogensschade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.616,56 (zegge: duizend zeshonderdzestien euro en zesenvijftig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 26 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 3]geleden schade tot een bedrag van € 975,50 (zegge: negenhonderdvijfenzeventig euro en vijftig cent), als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 februari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.