ECLI:NL:RBNHO:2023:11178

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 november 2023
Publicatiedatum
8 november 2023
Zaaknummer
10725976 \ CV EXPL 23-3296
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot betaling huurautokosten en toetsing algemene voorwaarden BOVAG

Logicx Mobiliteit B.V. heeft de gedaagde partij gedagvaard wegens niet-betaling van huurautokosten. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De eisende partij vordert betaling van € 80,47 plus wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, evenals proceskosten.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen handelaar en consument waarbij de wettelijke informatieplichten uit artikel 6:230l BW gelden. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of aan deze informatieplichten is voldaan en concludeert dat de eisende partij dit voldoende heeft onderbouwd.

Daarnaast is artikel 8.7 van de Algemene Bovag Voorwaarden Verhuur- en deelautobedrijven (per 1 februari 2021) ambtshalve beoordeeld en niet als oneerlijk aangemerkt. De gevorderde hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten worden toegewezen. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten, en de veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurautokosten, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10725976 \ CV EXPL 23-3296
Uitspraakdatum: 9 november 2023
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
Logicx Mobiliteit B.V.
gevestigd te 's-Gravenhage
de eisende partij
gemachtigde: gerechtsdeurwaarders A. Niekus en mr. E. Krom
tegen
[gedaagde]
wonende in de gemeente [gemeente]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 80,47, te vermeerderen met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
Kosten huurauto
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten.
2.4.
De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.5.
Het beding dat voor de beoordeling van de vordering relevant is, te weten artikel 8.7 van de Algemene Bovag Voorwaarden Verhuur- en deelautobedrijven BOVAG, per 1 februari 2021, is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
2.6.
De buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente zijn toewijsbaar, omdat deze vorderingen de kantonrechter ook niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
2.7.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 120,47, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 80,47 vanaf de vervaldag van de ingebrekestelling tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 107,84 wegens dagvaardingskosten,
€ 128,00 wegens griffierecht en
€ 39,00 wegens salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter